Gemeente Roosdaal

 

Zitting van 18 december 2025

 

Van 19 uur.

 

Aanwezig:

Wim Goossens, burgemeester

Dirk Evenepoel, voorzitter

Johan Van Lierde, Tom De Koster, Emmanuel de Béthune, Koen Muyldermans, Sofie Bronselaer, schepenen

Linda Van den Eede, Linda Van Huylenbroeck, Christiane Bert, Kristof Cooreman, An Van den Spiegel, Jean Timmermans, Marc Devits, Jo Timmermans, Filip Wauters, Tine Timmermans, Lieve Hemerijckx, Diederik Aelbrecht, Ingrid Deneve, gemeenteraadsleden

Emma Van der Maelen, algemeen directeur

Verontschuldigd:

 

Wendy Godaert, raadslid

 

 

Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Notulen van de openbare vergadering gemeenteraad 27 november 2025 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis /feiten en context

        het ontwerp van de notulen van 27 november 2025

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Enig artikel. - De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 27 november 2025 worden goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Zittingsverslag van de openbare vergadering gemeenteraad 27 november 2025 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis /feiten en context

        het ontwerp van het zittingsverslag van 27 november 2025

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Enig artikel. - Het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad van 27 november 2025 wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Samenwerkingsovereenkomst voor het gebruik van de gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (GIDPBW), opgericht door de intercommunale Haviland - goedkeuring

 

Juridische gronden

        de Welzijnswet van 04 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk

        de CODEX over welzijn op het werk

        het koninklijk besluit van 10 december 2017 waarbij de intercommunale Haviland een vergunning wordt verleend om, volgens artikel 38 van de Welzijnswet, een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk op ter richten

        de gemeenteraadsbeslissing van 27 augustus 2004 betreffende de Gemeenschappelijke Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk: oprichting van de interlokale vereniging WELVA

 

Argumentatie / motivering

        het directiecomité van Solva besliste op 5 november 2024 de samenwerking met Roosdaal, Affligem en Evergem stop te zetten op 31/12/2025. Dit naar aanleiding van de nieuwe vergunningsaanvraag ter oprichting van een GID en de regiovorming. Tevens is er in 2026 een pensionering van 2 preventieadviseurs en heeft deze ingreep een positieve invloed op de inzet van preventieadviseurs tegenover het aantal personeelsleden van de besturen.

        het lokaal bestuur van Roosdaal dient over een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk dient te beschikken.

        de intercommunale Haviland heeft sinds 2017 een vergunning om op te treden als een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

        de aansluiting bij de gemeenschappelijke interne preventiedienst van de intercommunale Haviland op jaarbasis geraamd wordt op €13.801,42 voor de gemeente en het OCMW. Voor de gemeente €11.711,50 en het OCMW €2.089,92

        de bijdrage van het lokaal bestuur in de werkingskosten van de gemeenschappelijke preventiedienst wordt bepaald volgens de hierna volgende verdeelsleutel per risicogroep:

        Risicofactor 10 voor de volgende betrekkingen: arbeiders (geschoold of ongeschoold), ploegbaas, werftoezichter, elektricien, loodgieter, klusjesman, belader, vrachtwagenchauffeur, personeel van de afvalverwerking, brandweerman, opzichter containerpark, medewerker groendienst, schrijnwerker, mecanicien, machinist, onderhoud.

        Risicofactor 7 voor de betrekkingen: schoonmaakpersoneel, schilder, kok, hulpkok, keukenpersoneel en politie.

        Risicofactor 5 voor de betrekkingen: verpleger, verpleegster, gezinshelp(st)er, bejaardenhelp(st)er, laborant(e), kinesist(e), ergotherapeut(e).

        Risicofactor 2 voor de betrekkingen: monitor (-trice), turnleraar, voertuigbestuurder uitgezonderd vrachtwagenchauffeur, conciërge, landmeter.

        Risicofactor 1 voor de betrekkingen: bediende, bureelhoofd, onderbureauchef, bedeling van de maaltijden, bibliothecaris, secretaris, maatschappelijk werk(st)er, klerk, apotheker(es), diëtist(e), onderwijzer(es), leraar(es), schoolhoofd, kinderverzorgster, opsteller, kleuterleidster, bewaakster, animatrice, sporthalbewaker, badmeester.

        Voor functies die op de hierboven vermelde lijst niet voorkomen, zal in onderling overleg bepaald worden in welke risicogroep ze worden ondergebracht. Per risicogroep wordt het totaal telkens berekend per voltijdse equivalent, afgerond op één cijfer na de komma. Per vrijwillige brandweerman wordt 1/3 voltijdse equivalent in rekening gebracht.

        deze overeenkomst  wordt aangegaan voor onbepaalde duur, ingaande op 1/01/2026

        de overeenkomst is jaarlijks opzegbaar, mits het respecteren van een opzegtermijn van 1 jaar.

        de opzeg dient te gebeuren per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het beheerscomité.

        de gemeenteraad duidt de algemeen directeur aan als contactpersoon tussen de eigen administratie en de gemeenschappelijke preventiedienst. Met deze contactpersoon pleegt de preventieadviseur of zijn adjunct overleg

 

Adviezen

        het advies van het HOC en ABC betreffende de toetreding tot de GIDPW

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031. De ramingen zijn opgenomen onder beleidsveld en 0112 - personeelsdienst en 0115 - welzijn op het werk. De geraamde uitgave bedraagt 13.801,42 euro jaarlijks. 

 

Het visum van de financieel directeur is gunstig, onder voorwaarde dat de voorziene kredieten in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 niet geschrapt worden.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. - De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst voor het gebruik van de gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (GIDPBW), opgericht door de intercommunale Haviland, goed.

 

Artikel 2. - Een afschrift van deze beslissing evenals een kopie van het advies van het syndicaal overlegorgaan wordt ter kennisgeving aan de intercommunale Haviland overgemaakt.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeente Roosdaal - Samenwerkingsovereenkomst Werkburo BHV MPC Sint-Franciscus i.h.k.v. begeleid werken - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        een kennismakingsgesprek met jobcoach en werkbegeleider Sanne Keyen van het Werkburo Brussel-Halle-Vilvoorde MPC Sint-Franciscus en mevrouw Stefanie De Visch, deskundige planning, de heer Brecht De Doncker, werkleider groen en mevrouw Severine Lequeux, deskundige personeel, vond plaats op 27 november 2025

 

Juridische gronden

        het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie / motivering

        begeleid werken biedt ondersteuning aan mensen met een beperking die optimaal willen deelnemen aan de samenleving door te gaan werken in het gewone arbeidscircuit

        begeleid werken gaat over niet-betaalde arbeid voor personen met een beperking in het gewone arbeidscircuit

        begeleid werken werkt volgens de principes van 'supported employment':

        aanmelding / intake: de jobcoach zoekt samen met de cliënt naar werkactiviteiten die de cliënt graag wil verrichten

        assessment: op basis van de interesses en mogelijkheden wordt het individuele traject van de cliënt opgemaakt en wordt bepaald hoe de individuele begeleiding zal gebeuren

        jobfinding / jobmatching: de jobcoach gaat op zoek naar een geschikte werkpost en zorgt voor een vlotte introductie van de cliënt

        jobcoaching: de jobcoach staat in voor de opleiding en de begeleiding op de werkvloer

        blijvende opvolging: gedurende de hele arbeidsperiode zorgt de dienst Begeleid Werken voor een structurele opvolging, eerst intensief, daarna met meer afstand

        het Werkburo Brussel-Halle-Vilvoorde is een functioneel samenwerkingsverband tussen drie vergunde zorgaanbieders:             

        vzw Zonnelied (regio Brussel, Halle, Vilvoorde)

        MPC Sint-Francisus (Roosdaal)

        Hubbie (Brussel

        het MPC Sint-Franciscus, Lostraat 175 te 1760 Roosdaal, richtte een dienst werkbegeleiding op en is een vergunde dienst begeleid werken

        het Werkburo BHV begeleidt volwassenen via een individueel traject naar een arbeidsmatige activiteit op de reguliere arbeidsmarkt

        een jobcoach van het Werkburo BHV MPC Sint-Franciscus zal de begeleid werker individueel en trajectmatig ondersteunen

        in een samenwerkingsovereenkomst tussen het Werkburo BHV MPC Sint-Franciscus en het lokaal bestuur Roosdaal worden wederzijdse verwachtingen en afspraken beschreven

        het Werkburo BHV MPC Sint-Franciscus is wettelijk verplicht een verzekering af te sluiten voor de begeleid werker:

        een verzekering lichamelijke ongevallen

        een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid

        de werkpost dient de begeleid werker op te nemen in zijn verzekering burgerlijke aansprakelijkheid

        per concrete aanvraag zal een werkbegeleider worden aangeduid die het aanspreekpunt zal zijn voor de begeleid werker en de jobcoach van het Werkburo BHV MCP Sint-Franciscus

        in samenspraak met het Werkburo BHV Sint-Franciscus zal gezocht worden naar een geschikt en haalbaar takenpakket dat door de begeleid werker zelfstandig kan worden uitgevoerd

        de jobcoach zal de werkbegeleider coachen in de ondersteuning van de begeleid werker

        de jobcoach komt regelmatig op het werk om het verloop op te volgen en onderhoudt goede contacten met de werkbegeleider

        de samenwerking kan na onderling overleg op ieder moment stopgezet worden door elke partij

        begeleid werkers krijgen een uitkering van de hogere overheid, geen bezoldiging van de werkplaats

        na het afsluiten van de samenwerkingsovereenkomst kunnen, in overleg met het Werkburo BHV MPC Sint-Franciscus, begeleid werkers worden ingeschakeld in diensten van het lokaal bestuur Roosdaal en dit telkens in overleg met een jobcoach en de betrokken dienst; een afsprakennota wordt per individueel dossier opgemaakt waarin concrete afspraken, takenpakket, uurrooster, ... worden vastgelegd

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Enig artikel - De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Roosdaal en het Werkburo BHV MPC Sint-Franciscus goed zoals volgt:

 

--------------------

 

 

 

 

 

 

 

RAAMOVEREENKOMST TUSSEN HET WERKBURO BHV, EN DE WERKPOST

 

Doel van de overeenkomst:

 

Deze overeenkomst schept een kader waarbinnen het Werkburo BHV en de werkpost zich samen engageren om concreet invulling te geven aan de doelstelling van Begeleid Werken.

 

Alle partijen erkennen uitdrukkelijk dat dit GEEN arbeidsovereenkomst is en dus NIET onderworpen is aan de reglementering betreffende arbeidsovereenkomsten.

 

De ondertekenende partijen:

 

 

Het Werkburo BHV

De werkpost

Naam

MPC Sint-Franciscus

Lokaal Bestuur Roosdaal

Adres

Lostraat 175
1760 Roosdaal

Brusselstraat 15

1760 Roosdaal

 

Hierbij vertegenwoordigd door:

 

Naam:

Sanne Keyen

 

Functie:

Jobcoach/Werkbegeleider

Contactpersoon werkpost

GSM:

0499 56 00 72

 

Mail:

sanne.keyen@mpc-sintfranciscus.be

 

 

Afspraken met betrekking tot de samenwerking:

 

        De werkpost is bereid om op zijn werkvloer ondersteund door het Werkburo BHV een persoon met een (arbeids)beperking, onbezoldigde arbeidsmatige activiteiten aan te bieden.

        We werken volgens de methode van Supported Employment.
De jobcoach staat in voor opleiding en training op de werkvloer en engageert  zich tot een blijvende opvolging, evaluatie en bijsturing.  Hij/ zij komt, op verzoek van een partij of op eigen initiatief, ter plaatse.

        De werkpost stimuleert personeel en medewerkers tot een positieve bijdrage. De jobcoach krijgt de toelating om de werkvloer regelmatig te bezoeken.  Hij/zij kan medewerkers  informeren over de begeleidwerker en het doel van Begeleid Werken.

        De werkpost en de jobcoach stellen in samenspraak een werkpostbegeleider aan.  Deze persoon begeleidt en ondersteunt de begeleidwerker in het uitvoeren van zijn taken, en is de contactpersoon van het Werkburo BHV.  De werkpostbegeleider wordt betrokken in een regelmatig overleg.

        Alle partijen zijn gebonden door een plicht tot geheimhouding.

Informatie over de cliënt is niet voor alle werknemers bestemd.  Informatie over het werk, blijft op het werk.

 

Afspraken met betrekking tot het takenpakket:

 

        Werkpost, begeleidwerker en jobcoach zoeken samen naar taken op maat van de begeleidwerker. 

        De begeleidwerker mag niet worden ingeschakeld ter vervanging van ander personeel.

 

 

Afspraken met betrekking tot veiligheid en verzekeringen:

 

De jobcoach en de werkpost (begeleider) zorgen ervoor dat de begeleidwerker hygiënisch en veilig kan werken.  Hierbij gelden dezelfde regels en afspraken als voor andere werknemers.  Als er bepaalde risico’s zijn, worden die eerst besproken en eventuele afspraken hierover worden in deze afsprakennota omschreven. 

        VZW MPC Sint-Franciscus sluit, in kader van Begeleid Werken, voor de begeleidwerker een lichamelijke ongevallenverzekering af voor het risico op lichamelijk letsel en daaraan verbonden kosten op de werkpost en tijdens de verplaatsingen van en naar de werkpost.

        VZW MPC Sint-Franciscus sluit, in kader van Begeleid Werken, een verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid af voor eventuele schade door de begeleidwerker aan derden.

        De werkpost en/of de begeleidwerker zal elk schadegeval of ongeval met betrekking tot de begeleidwerker onmiddellijk melden aan de jobcoach.  De nodige verzekeringsdocumenten worden ingevuld en aan de jobcoach bezorgd.

        Het Werkburo BHV raadt de begeleidwerker aan om een familiale verzekering af te sluiten.  Hij/zij moet zijn verzekeringsconsulent op de hoogte brengen van zijn Begeleid Werken.

        Schade aan toevertrouwd goed (datgene waarmee je werkt in het bedrijf) is hiervan uitgesloten en steeds ten laste van de werkpost.

        De werkpost neemt de begeleidwerker op in zijn (exploitatie)verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid en brengt zijn verzekeringsconsulent op de hoogte. 

        De begeleidwerker wordt NIET opgenomen in een arbeidsongevallenverzekering van het bedrijf.

 

Afspraken met betrekking tot problemen op het werk/ het afhandelen van klachten:

 

        Problemen op het werk worden zo snel mogelijk met elkaar besproken.  Eventueel kan de jobcoach hierbij helpen. 

 

Afspraken over de start, duur en beëindiging van de samenwerking:

        Deze raamovereenkomst wordt afgesloten voor onbepaalde duur.  Het legt de wens tot samenwerking vast, maar staat los van de concrete inschakeling van een bepaalde begeleidwerker. Bij start van een begeleidwerker op de werkpost worden verdere afspraken tussen het Werkburo BHV, de werkpost en de begeleidwerker vastgelegd in een ‘Afsprakennota’.

        Beide partijen kunnen deze raamovereenkomst beëindigen. In een gesprek bespreekt men de reden en de datum waarop de samenwerking stopt.
We ondertekenen het formulier ‘Stopzetten van de overeenkomst.”
Alle bestaande afsprakennota’s vervallen dan eveneens.

 

Afspraak inbrengen in dimona:

De dimona-aangifte (code DWD = niet onderworpen aan de RSZ-bijdragen) wordt ingebracht en verder bepaald in de afsprakennota

 

 

 

Opgemaakt in twee exemplaren, waarvan beide partijen erkennen 1 exemplaar te hebben ontvangen als er partijen zijn die door overtekening erkennen een exemplaar te hebben ontvangen,

 

te Roosdaal op 19 december 2025

 

 

 

De werkpost     het Werkburo BHV MPC Sint-Franciscus

 

 

 

 

 

Emma Van der Maelen,   i.o. van de directie vzw MPC Sint-Franciscus

Algemeen directeur    de jobcoach

 

 

 

 

 

Wim Goossens,

Burgemeester

--------------------

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Hunselstraat (22.779): uitvoering van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel: innemingen rooilijn - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 30 mei 2008 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van de overeenkomst met Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, thans De Watergroep voor de uitbouw, het onderhoud en het beheer van het gemeentelijk rioleringsstelsel in de ruime zin van het woord in zoverre het eigendom is of wordt van de gemeente Roosdaal

        het besluit van 28 juli 2014 van het college van burgemeester en schepenen houdende goedkeuring van de investeringsfiche en de raming voor de aanvraag van subsidies voor het uitvoeren van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel in de Hunselstraat (deel gemeente Roosdaal)

        het besluit van 16 augustus 2017 van het college van burgemeester en schepenen houdende goedkeuring van het budget lokaal pact en het technisch plan opgenomen in de overeenkomst (studieopdracht MLO-OP2016) van 13 juli 2016 tussen Aquafin nv (RioPact-Aquafin in uitvoering van de gemeenteraadsbeslissing van 30 mei 2008) en de ontwerper, Studiebureau Jonckheere bvba, Koningin Astridlaan 134/5 te 8200 Brugge voor het hoger vernoemde project

        het besluit van 10 december 2018 van het college van burgemeester en schepenen houdende kennisneming van de beoordeling van het ingediende voorontwerpdossier voor de aanleg van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel in de Hunselstraat (deel grondgebied Roosdaal) opgenomen in het schrijven van 26 november 2018 van de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) waar het project opgesplitst wordt in B218016A: aansluiting Hunsel - aandeel riolering en B218016B: aansluiting Hunsel - aandeel buffering

        het besluit van 30 maart 2023 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van de plannen, het bestek en de totale raming ten bedrage van 5.867.003,04 euro (exclusief BTW) voor het wegenis- en rioleringsproject Hunselstraat (22.779): uitvoering van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel opgemaakt door studiebureau Jonckheere

        het besluit van 28 maart 2024 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van de aangepaste plannen, het bestek en de totale aangepaste raming van 5.690.290,84 euro (exclusief 21% BTW) voor het wegenis- en rioleringsproject Hunselstraat (22.779): uitvoering van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel opgemaakt door studiebureau Jonckheere

        het besluit van 13 oktober 2025 van het college van burgemeester en schepenen houdende goedkeuring van de stopzetting van de plaatsingsprocedure voor Sanering Hunselberg en Tuitenberg. De opdracht wordt niet gegund en de procedure zal opnieuw opgestart worden

 

Juridische gronden

        het bestuursdecreet van 7 december 2018

        het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie / motivering

        het schrijven van 6 november 2025 van Aquafin nv houdende het overmaken van de getekende overeenkomsten en innemingsplannen voor het rooilijndossier binnen project ROO3021

        de volgende overeenkomsten in het gemeentelijk aandeel werden onderhandeld:

        inneming 5

        delen van kadastrale percelen: 3 A 149F

        ingenomen oppervlakte: 22 m²

        koopovereenkomst eigenaar (consoorten Brankaer/Goossens): 6.190,00 euro

        inneming 22

        delen van kadastrale percelen: 3 A 186R

        ingenomen oppervlakte: 48 m² (agrarisch gebied)

        koopovereenkomst eigenaar (Jan Praet): 418,00 euro

        vergoeding tuinafsluiting: 672,00 euro

        inneming 23

        delen van kadastrale percelen: 3 A 186S

        ingenomen oppervlakte: 36 m² (agrarisch gebied)

        koopovereenkomst eigenaar (Ann Praet): 314,00 euro

        vergoeding tuinafsluiting: 567,00 euro

        inneming 24

        delen van kadastrale percelen: 3 A 186H

        ingenomen oppervlakte: 50 m² (agrarisch gebied)

        koopovereenkomst eigenaar (Robert Appelmans): 436,00 euro

        vergoeding tuinafsluiting: 350,00 euro

        inneming 25

        delen van kadastrale percelen: 3 A 188A

        ingenomen oppervlakte: 26 m² (agrarisch gebied)

        koopovereenkomst eigenaar (consoorten Cools): 227,00 euro

        vergoeding tuinafsluiting: 300,00 euro

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan.

De ramingen zijn opgenomen onder beleidsveld 0200 - wegen, onder de actie "Roosdaal investeert in de realisatie van het project Hunselstraat".

De uitgave voor de grondverwervingen binnen dit project bedraagt 7.585,00 euro en 1.889,00 euro voor vergoeding afsluitingen. De aktekosten worden geraamd op 3.000 euro.

 

Het visum van de financieel directeur is gunstig.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. - De overeenkomsten voor het rooilijndossier onderhandeld door Aquafin NV, binnen project ROO3021 'Hunselstraat (22.779): uitvoering van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel' worden goedgekeurd:

        inneming 5

        delen van kadastrale percelen: 3 A 149F

        ingenomen oppervlakte: 22 m²

        koopovereenkomst eigenaar (consoorten Brankaer/Goossens): 6.190,00 euro

 

        inneming 22

        delen van kadastrale percelen: 3 A 186R;

        ingenomen oppervlakte: 48 m² (agrarisch gebied);

        koopovereenkomst eigenaar (Jan Praet): 418,00 euro;

        vergoeding tuinafsluiting: 672,00 euro;

 

        inneming 23

        delen van kadastrale percelen: 3 A 186S;

        ingenomen oppervlakte: 36 m² (agrarisch gebied);

        koopovereenkomst eigenaar (Ann Praet): 314,00 euro;

        vergoeding tuinafsluiting: 567,00 euro;

 

        inneming 24

        delen van kadastrale percelen: 3 A 186H;

        ingenomen oppervlakte: 50 m² (agrarisch gebied);

        koopovereenkomst eigenaar (Robert Appelmans): 436,00 euro;

        vergoeding tuinafsluiting: 350,00 euro;

 

        inneming 25

        delen van kadastrale percelen: 3 A 188A;

        ingenomen oppervlakte: 26 m² (agrarisch gebied);

        koopovereenkomst eigenaar (consoorten Cools): 227,00 euro;

        vergoeding tuinafsluiting: 300,00 euro.

 

Artikel 2. - Notaris Ann Guldemont te Roosdaal wordt aangesteld tot het verlijden van de aktes.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk retributiereglement voor de tijdelijke inname van het openbaar domein - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 28 juni 1996 van de gemeenteraad voor de inrichting van een wekelijkse boerenmarkt

        het besluit van 28 november 2024 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van de verlenging van de wegvergunning 2025-2027 van de boerenmarkt Roosdaal-Pamel

        het besluit van 28 december 2001 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van het retributiereglement voor gebruik van het openbaar domein voor het plaatsen van verkooppunten voor eetwaren

        het besluit van 24 november 2016 van gemeenteraad houdende aanpassing van het retributiereglement voor de tijdelijke inname van het openbaar domein

        het besluit van 22 april 2025 van het college van burgemeester en schepenen betreffende de vaststelling van de tarieven voor geleverde prestaties door gemeentepersoneel

        het retributiereglement voor tijdelijke inname van het openbaar domein is bijna 10 jaar oud en moet herzien worden

        het retributiereglement is van toepassing op gewestwegen N8 en N285, op het grondgebied van Roosdaal

        het innemen van openbaar domein zonder vergunning kan men bestraffen met een gemeentelijke administratieve sanctie

 

Juridische gronden

        het artikel 41, 159, 162, 170, 173 en 190 van de Grondwet

        het strafwetboek, in het bijzonder artikel 551, 4°

        de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 16 maart 1968, in het bijzonder het artikel 14

        het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, in het bijzonder artikel 60.2 en artikel 78.1.1

        het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald

        het ministerieel rondschrijven van 14 november 1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van de verkeerstekens

        de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, in het bijzonder artikels art.8 119, 119bis, 133, 135, §2 en 172

        de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen

        het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten

        het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg, in het bijzonder artikel 8

        het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie en gemeentebelastingen

        de ministriële omzendbrief van 22 april 2013 betreffende de wegsignalisatie

        de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

        het koninklijk besluit van 21 december 2013 over GAS-vaststellers

        het besluit van 28 september 2017 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van de overeenkomst Sanctionerend ambtenaar

        het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 40, artikel 41, 14° en artikel 43,§2, 15° en artikel 64, §1

        het besluit van 20 februari 2020 van de gemeenteraad houdende hernieuwing van de overeenkomst Sanctionerend ambtenaar

        het besluit van de gemeenteraad van 22 december 2022 houdende goedkeuring van het politiereglement TARL

        de wet van 11 december 2023 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

        het decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie en gemeentebelastingen

        het standaardbestek 250 voor de wegenbouw in Vlaanderen, inzonderheid hoofdstuk X en latere wijzigingen

 

Argumentatie / motivering

        het is noodzakelijk de veiligheid van de weggebruikers te verzekeren

        het gaat om maatregelen tot regeling van een gelegenheidstoestand

        het is wenselijk om de retributiereglementen inzake de inname van het openbaar domein op mekaar af te stemmen

        na goedkeuring van onderhavig retributiereglement zal het marktreglement voor de inrichting van een wekelijkse boerenmarkt geactualiseerd worden en ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad

        na goedkeuring van onderhavig retributiereglement zal het reglement voor gebruik van het openbaar domein voor het plaatsen van verkooppunten voor eetwaren geactualiseerd worden en ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad, dit reglement regelt de inname voor ambulante handel voor een periode van minimaal 3 maand aaneensluitend of 90 kalenderdagen per jaar (bestendige constructies)

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031. De ramingen zijn opgenomen onder beleidsveld 0200 - wegen. De geraamde ontvangst bedraagt 25.000,00 euro jaarlijks.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. - Er wordt een retributie geheven voor de tijdelijke inname van het openbaar domein.

Onder tijdelijke inname het openbaar domein wordt verstaan:

a) de tijdelijke inname voor werken, leveringen, het plaatsen van een afzetcontainer, bouwafvalzakken, containerunits, werfketens/-wagens, opslagcontainers, een verhuislift, een stelling, kranen, het plaatsen van voertuigen die niet geparkeerd worden conform de verkeerswetgeving, ...);

b) het afsluiten of laten afsluiten van doorgaand verkeer;

c) het vrijhouden van parkeerplaatsen;

d) de tijdelijke inname voor evenementen;

e) de tijdelijke inname voor ambulante handel.

Onder tijdelijk wordt verstaan een periode van maximaal 3 maand aaneensluitend of 90 kalenderdagen per jaar.
Wanneer 2 periodes van inname, door dezelfde aanvrager of voor hetzelfde doel, worden onderbroken voor een periode van 4 dagen of minder, worden de 2 periodes beschouwd als 1 doorlopende periode.

 

Artikel 2. - Voor elke inname van het openbaar domein, ongeacht de aard en ongeacht een eventuele vrijstelling van retributie, moet vooraf een aangifte worden ingediend. Deze aangifte gebeurt via het platform EagleBe. Wie niet beschikt over een computer of internet kan, na afspraak, terecht aan het loket van de technische dienst.

 

Artikel 3. - Wie tijdelijk het openbaar domein wil innemen moet uiterlijk 14 dagen* vóór de inname aangifte doen bij de lokaal bestuur Roosdaal (*uitgezonderd containers).

 

Artikel 4. - Wie tijdelijk het openbaar domein wil innemen voor het plaatsen van een container, moet uiterlijk 7 dagen* voor de inname aangifte doen bij het lokaal bestuur Roosdaal (*enkel bij een eenvoudig parkeerverbod).

 

Artikel 5. - In uitzonderlijke situaties kan de technische dienst afwijken van de uiterste datum van indiening van de aangifte omschreven in artikel 3 en artikel 4. Hiervoor wordt aan de aanvrager een administratieve kost aangerekend, gelijk aan het tarief voor één uur tijdens de diensturen, conform het retributiereglement voor geleverde prestaties van gemeentepersoneel (op heden 41,50 euro).

 

Artikel 6. - De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

 

Artikel 7.

§ 1. Vrijstelling

De inname van het openbaar domein is gratis voor de eerste vijf aaneensluitende kalenderdagen, met uitzondering van:

        het afsluiten of laten afsluiten van het doorgaand verkeer (gratis voor de eerste kalenderdag);

        tijdelijke innames voor ambulante handel (betalend vanaf de eerste kalenderdag).

 

§ 2. Tarief voor gewone innames

Vanaf de zesde aaneensluitende kalenderdag bedraagt de retributie 25,00 euro per kalenderdag.

Vanaf dertig aaneensluitende kalenderdagen bedraagt de retributie 50,00 euro per kalenderdag.
Een gedeeltelijk aangevangen kalenderdag wordt voor de toepassing van dit reglement gelijkgesteld met een volledige kalenderdag.

 

§ 3. Tarief bij afsluiting van doorgaand verkeer
Bij volledige afsluiting van doorgaand verkeer bedraagt de retributie 25,00 euro per kalenderdag, te rekenen vanaf de tweede kalenderdag. De eerste kalenderdag is gratis.
Vanaf de zesde aaneensluitende kalenderdag bedraagt de retributie 50,00 euro per kalenderdag.
Een gedeeltelijk aangevangen kalenderdag wordt voor de toepassing van dit reglement gelijkgesteld met een volledige kalenderdag.

 

§ 4. Tarief voor ambulante handel
Voor de tijdelijke inname voor ambulante handel bedraagt de retributie 25,00 euro per kalenderdag, te rekenen vanaf de eerste kalenderdag.
Een gedeeltelijk aangevangen kalenderdag wordt voor de toepassing van dit reglement gelijkgesteld met een volledige kalenderdag.

 

Artikel 8.

§ 1. De retributie dient volledig betaald te zijn vóór de vergunning wordt afgeleverd. De betaling gebeurt via het platform EagleBe, waarbij u per e-mail een betalingsverzoek ontvangt. Na online betaling wordt de vergunning automatisch per e-mail bezorgd. Wie niet beschikt over een computer of internet kan, na afspraak, contant betalen aan het loket van de technische dienst.

 

§ 2. Indien het openbaar domein langer wordt ingenomen dan aanvankelijk toegestaan, wordt voor elke bijkomende kalenderdag dezelfde retributie aangerekend zoals bepaald in artikel 7. Daarnaast wordt (bij elke verlenging) een extra administratieve kost toegevoegd, gelijk aan het tarief voor één uur tijdens de diensturen, conform het retributiereglement voor geleverde prestaties van gemeentepersoneel (op heden 41,50 euro).

 

Artikel 9. – Worden vrijgesteld van dit retributiereglement:

- de inname van het openbaar domein door lokale besturen, provinciebesturen, de politie, brandweer en De Lijn;

- de inname van het openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen;

- de inname van het openbaar domein door de concessionaris van de wegvergunning voor de organisatie van de boerenmarkt;

- de inname van het openbaar domein voor zomerterrassen;

- alle door het college van burgemeester en schepenen officieel erkende kermissen;

- de inname door Roosdaalse erkende verenigingen, louter in het kader van hun eigen werking;

- de inname door Roosdaalse onderwijsinstellingen, louter in het kader van hun eigen werking;

- de inname door instellingen waaraan fiscaal aftrekbare giften kunnen worden gestort en die opgenomen zijn in het Wetboek van Inkomstenbelastingen (WIB 1992), meer bepaald artikel 145/33, §1, ofwel opgenomen zijn in de lijst van de erkende instellingen conform het WIB 1992, artikel 145/33, §3 (o.a. rode kruis, beschutte werkplaatsen, instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden, nationale kas voor rampenschade, …);

- elk evenement of manifestatie waarvan de opbrengst dient als geldinzameling voor acties of activiteiten op het vlak van cultuur, wetenschappelijk onderzoek, bijstand aan bepaalde categorieën personen in de sociale sector, jeugd en onderwijs, ontwikkelingshulp, humanitaire hulp, verdediging van mensenrechten, milieubescherming, duurzame ontwikkeling, monumenten- en landschapszorg, beheer van dierenasielen, vredesinitiatieven, of hulp aan slachtoffers van zeer grote industriële ongevallen of waarvan het doel is om een immateriële, morele steun uit te spreken voor deze acties of activiteiten (benefiet);

- de inname door het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal of intercommunales waarbij het lokaal bestuur aangesloten is, voor activiteiten zonder commercieel oogmerk;

- de inname voor evenementen waaraan het lokaal bestuur Roosdaal haar medewerking verleent omdat deze voor Roosdaal imagoversterkend zijn of Roosdaal een positieve uitstraling bezorgen.

 

Artikel 10. - De signalisatie moet aangebracht worden doorde aanvrager, met de meeste zorg en moet tijdens de volledige duur van de inname van het openbaar domein zuiver en in stand gehouden worden zodanig dat zij voor de weggebruikers identificeerbaar blijft.

De aanvrager zal op verzoek van de politie de signalisatie verwijderen, aanpassen en/of vervolledigen. De vergunning ontheft de aanvrager niet van zijn verantwoordelijkheid bij eventuele ongevallen of schade.

 

Artikel 11. - De vergunning moet steeds duidelijk zichtbaar aangebracht worden aan de tijdelijke inname van het openbaar domein of op de voorkant van de bij de inname betrokken voertuigen.

 

Artikel 12. - De inname van het openbaar domein mag slechts beginnen wanneer de signalisatie aangebracht is.

 

Artikel 13. - Buiten de werkuren, onder meer 's avonds evenals gedurende de weekends en

telkens als de inname van het openbaar domein voor een bepaalde tijd onderbroken wordt, worden de verkeersborden die er dan niet meer nodig zijn, bedekt of weggenomen.

 

Artikel 14. - Indien de signalisatie niet werd aangebracht volgens de vigerende wettelijke

voorschriften, zal dit door toedoen van het lokaal bestuur gebeuren op kosten van de

aanvrager.

 

Artikel 15. - Bij de inname van het openbaar domein voor de gewestwegen (N8 en N285)

dient de aanvrager eveneens een vergunning aan te vragen bij het Agentschap Wegen en

Verkeer via https://wegenenverkeer.be/adviezen-vergunningen.

 

Artikel 16. - Wie het openbaar domein inneemt zonder vergunning wordt bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie.

De administratieve geldboete wordt ten laste gelegd van de vermoedelijke overtreder (bouwheer, aannemer, containerfirma, houder van de kentekenplaat van een voertuig, stellingbouwer kraanverhuurbedrijf,..).

De vermoedelijke overtreder kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te

bewijzen dat hij niet verantwoordelijk kan gehouden worden voor de feiten.

In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de verantwoordelijke kenbaar te

maken binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij

overmacht kan bewijzen.

 

Artikel 17. - De overtredingen worden vastgesteld door politieambtenaren, agenten van de politie en de gemeentelijke ambtenaren aangeduid om overtredingen vast te stellen in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de ambtenaar die daartoe door de gemeenteraad wordt aangewezen.

De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden, en in functie van eventuele herhaling. In geval van herhaling kan een hogere administratieve geldboete opgelegd worden, zonder dat zij hoger mag zijn dan het wettelijk toegelaten maximum. Herhaling bestaat wanneer de overtreder wegens dezelfde overtreding binnen de vierentwintig voorafgaande maanden reeds een administratieve geldboete werd opgelegd. Het tijdstip van de kennisgeving van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete wordt in aanmerking genomen.

 

Artikel 18. - Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing

overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking vijf dagen na deze bekendmaking. Het besluit van 24 november 2016 van de gemeenteraad houdende aanpassing van het retributiereglement voor het tijdelijke inname van het openbaar domein wordt op datzelfde moment opgeheven.

Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Begraafplaatsen: gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 2 juni 2022 van de gemeenteraad houdende houdgoedkeuring van het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen

        het besluit van 2 juni 2022 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van het retributiereglement op de begraafplaatsen

 

Juridische gronden

        het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017

        het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 en latere wijzigingen

        het nieuw decreet van 5 maart 2024 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging

 

Argumentatie

Het nieuw decreet van 5 maart 2024 betreffende begraafplaatsen en lijkbezorging biedt de lokale besturen de mogelijkheid biedt om de urne van een overleden huisdier mee te laten begraven. Het is een antwoord op de groeiende maatschappelijke vraag naar een waardig afscheid van huisdieren, die voor veel mensen een belangrijk deel van hun gezin vormen.

 

Daarnaast zijn er ook een aantal praktische aanpassingen betreffende de afspraken met de medewerkers van de technische dienst die instaan voor het beheer van de begraafplaatsen.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. - Het hiernavolgende gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen wordt goedgekeurd:

 

------------

 

Hoofdstuk 1 Begravingen

 

Artikel 1 (gemeentelijke begraafplaatsen)

 

De gemeente beschikt over:

 

        Gesloten begraafplaatsen (gemeenteraadsbesluit van 20 december 1996) gelegen te:

        Pamel – Kerkhofstraat;

        O.L.V.-Lombeek – Koning Albertstraat;

        Strijtem – Strijtemplein;

        Begraafplaatsen in gebruik:

        Pamel / Strijtem en Ledeberg – Lostraat;

        O.L.V. – Lombeek – Koning Albertstraat;

        Borchtlombeek – Rustheuvel;

        Kattem – Dalstraat;

 

Elke in gebruik zijnde begraafplaats beschikt over percelen voor het begraven in volle grond, een urnenveld met urnenkelders, een columbarium en een strooiweide.

 

Op de begraafplaats van Pamel – Lostraat wordt een “sterretjesperk” voorzien voor de begraving van levenloos geboren kindjes die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet bereikt hebben.

 

Artikel 2 (wie kan begraven worden)

 

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor de begraving, de bijzetting in een columbarium en de asverstrooiing van:

        de personen die op het grondgebied van de gemeente overleden zijn of er dood zijn aangetroffen;

        de levenloos geboren kindjes die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet bereikt hebben en waarvan de moeder in Roosdaal is gedomicilieerd;

        de personen die buiten het grondgebied van de gemeente overleden zijn of daar werden aangetroffen, maar:

        die in haar bevolkingsregisters, vreemdelingen- en wachtregister zijn ingeschreven;

        begunstigd zijn met een recht op begraving in een geconcedeerd graf of met een recht op bijzetting in een geconcedeerde nis;

        minstens 10 jaar ingeschreven waren in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;

 

Artikel 3 van het gemeentelijk retributiereglement is onverminderd van toepassing voor die personen die niet voldoen aan de hogervermelde criteria maar in Roosdaal worden begraven ingevolge de laatste wilsbeschikking.

 

Artikel 3 (tijdstip van begraving)

 

Het lokaal bestuur beslist in elk geval over de dag en uur van de begraving, bijzetting of uitstrooiing. Dit is mogelijk op week- en zaterdagen van 9u00 tot 14u00 (begraving in volle grond) of 15u30 (crematie). Voor crematies zijn afwijkingen uitzonderlijk mogelijk mits duidelijke en voorafgaande afspraken met de gemeentelijke diensten .

 

De begraving, bijzetting of verstrooiing van de as heeft plaats binnen de 7 werkdagen volgend op de aangifte van het overlijden.

 

Voor de begraving van een levenloos geboren kindje dat de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet heeft bereikt, gebeurt de begraving tijdens de normale werkuren, na voorafgaande afspraak minstens 2 werkdagen op voorhand.

 

Artikel 4 (bepalen en bekendmaken van de termijnen)

 

Ongeacht of het graf geconcedeerd is of niet, wordt de aanvangsdatum (van de wettelijke grafrust en/of van de concessietermijn) vastgesteld op de datum van de eerste ingebruikname van het graf.

 

In geval van een hernieuwing van een concessie naar aanleiding van het einde van de looptijd, start de hernieuwde concessie op de eerste kalenderdag na de einddatum van de aflopende concessie.

 

Artikel 5 (kosteloze begraving)

 

De begraving van het stoffelijk overschot is volledig kosteloos, behoudens in het geval van het verlenen van een concessie.

 

Niet-geconcedeerde graven, columbariumnissen en urnenkelders zijn steeds bestemd voor één stoffelijk overschot. Zij worden kosteloos bewaard gedurende een termijn van 10 jaar (de wettelijke periode van grafrust).

 

Een concessie op het sterretjesperk wordt gratis verleend voor een periode van 30 jaar, voor een perceel van 50 x 50 cm. Op het perceel mag een klein aandenken worden aangebracht dat de oppervlakte van het perceel maximaal voor de helft mag innemen.

 

Artikel 6 (begravingen in volle grond)

 

Op een perceel in volle grond zijn bij het nemen van een concessie bij de eerste begraving de volgende mogelijkheden beschikbaar:

        1e begraving van een niet-gecremeerd lichaam, gevolgd door maximaal 3 begravingen van  gecremeerde lichamen in een asurn.

        1e en 2e begraving van een niet-gecremeerd lichaam, gevolgd door maximaal 2 begravingen van gecremeerd lichaam in een asurn.

 

Volgende mogelijkheden in volle grond zijn niet mogelijk:

        De begraving van 3 of 4 niet-gecremeerde lichamen in 1 perceel in volle grond.

        De begraving van 4 gecremeerde lichamen in één perceel in volle grond. Dit gebeurt steeds in een columbariumnis of een urnenkelder.

 

De oppervlakte van een perceel voor begraving in volle grond bedraagt 125 x 200 cm of 65 x 130 cm (voor een perceel in het kinderperk).

 

De oppervlakte van een grafteken op een graf in volle grond mag de volgende afmetingen niet overschrijden: 200 cm (lengte), 100 cm (breedte) en 120 cm (hoogte).

 

De begrafenisondernemer staat in voor het vervoer van de kist tot aan het graf en voorziet in principe zelf in het nodige personeel om de kist neer te laten in het graf, in overleg kan hiervoor uitzonderlijk bijstand worden gevraagd van maximaal 2 begraafplaatsmedewerkers.

 

Artikel 7 (begravingen in een urnenkelder)

 

Op elke begraafplaats wordt een ruimte voorzien met urnenkelders voor de begraving van maximaal 3 4 gecremeerde lichamen in een asurn, voor zover de afmetingen van de urnenkelder en de gekozen asurn dit toelaten. Het is de verantwoordelijkheid van de nabestaanden om bij de keuze van de (sier)asurn rekening te houden met de beschikbare ruimte en met de intentie om 1, 2, 3 of 4 gecremeerde lichamen te begraven in de concessie.

Voor begravingen in een urnenkelder op zaterdag (of mits nadrukkelijke voorafgaande goedkeuring voor een begraving buiten de in artikel 3 bepaalde tijdstippen)  zal de begrafenisondernemer zelf alle formaliteiten vervullen, zonder aanwezigheid van begraafplaatsmedewerkers. Hiervoor worden vooraf de nodige afspraken gemaakt omtrent de juiste locatie van de urnenkelder, te gebruiken gereedschappen, afsluiten van de urnenkelder, …

 

Artikel 8 (begravingen in een columbariumnis)

 

Op elke begraafplaats wordt een muur met columbariumnissen voorzien voor de begraving van maximaal 4 gecremeerde lichamen in een asurn, voor zover de afmetingen van de columbariumnis en de gekozen asurn dit toelaten. Het is de verantwoordelijkheid van de nabestaanden om bij de keuze van de (sier)asurne rekening te houden met de beschikbare ruimte en met de intentie om 1, 2, 3 of 4 gecremeerde lichamen te begraven in de concessie.

 

Voor begravingen in een columbariumnis op zaterdag (of mits nadrukkelijke voorafgaande goedkeuring voor een begraving buiten de in artikel 3 bepaalde tijdstippen)  zal de begrafenisondernemer zelf alle formaliteiten vervullen, zonder aanwezigheid/medewerking  van begraafplaatsmedewerkers. Hiervoor worden vooraf de nodige afspraken gemaakt omtrent de juiste locatie van de columbariumnis, te gebruiken gereedschappen, afsluiten van de columbariumnis, …

 

Artikel 9 (asverstrooiing)

 

Op elke begraafplaats wordt een strooiweide voorzien voor het verstrooien van de as van gecremeerde lichamen, zonder concessie.

 

De begrafenisondernemer zorgt in principe zelf en zonder tussenkomst van begraafplaatsmedewerkers voor de verstrooiing.

 

Op de strooiweide is een grafmonument voorzien waarop door het lokaal bestuur een zilverkleurig (geborsteld RVS-look) gedenkplaatje van 15 x 7 cm wordt bevestigd. Dit naamplaatje wordt door het lokaal bestuur aangeleverd en bevat: de naam en voornaam (1e regel), geboortejaar en jaar van overlijden van de overledene (2e regel).

 

Op de strooiweide (gras) of bij de gedenkzuil mag door de nabestaanden geen aandenken achtergelaten worden zoals (kunst)bloemen, knuffels, knutselwerkjes, …. . Hiervoor wordt door het lokaal bestuur een afgebakende zone voorzien. Buiten deze zone mag geen enkel aandenken worden neergelegd.

 

Hoofdstuk 2 - Concessies

 

Artikel 10

 

De begraving van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot in volle grond, de begraving van een asurn in een urnenkelder of in volle grond en de bijzetting van een asurn in een columbariumnis kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie.

 

Artikel 11

 

Het verlenen van een concessie door het college van burgemeester en schepenen houdt geen verhuring noch een verkoop in. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming gegeven worden dan die waarvoor ze werd verleend. De concessie is niet overdraagbaar.

De plaats van de concessie wordt volgens plan aangewezen door het lokaal bestuur en kan niet vrij worden gekozen door de nabestaanden.

 

De concessies worden verleend onder de in het desbetreffende reglement, het politiereglement en het retributiereglement bepaalde voorwaarden, zoals die gesteld zijn op het ogenblik van de concessieaanvraag.

 

Artikel 12 (aantal lichamen)

 

Een concessie op 1 perceel (volle grond, urnenkelder, columbariumnis) wordt verleend voor de begraving of bijzetting van maximaal 4 stoffelijke overschotten.

 

Artikel 13 (duur van de concessie)

 

Een concessie wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen voor een initiële termijn van 30 of 50 jaar, startend op de datum van de eerste ingebruikname (begraving).

 

De nabestaanden kunnen vrijwillig afstand doen van een lopende concessie, per aangetekend schrijven mede ondertekend door alle betrokken nabestaanden van de 1e graad. De concessie vervalt op de datum van het collegebesluit terzake, deze afstand is definitief en onherroepelijk.

 

 

Artikel 14 (hernieuwing)

 

Ten vroegste 2 jaar voor het verstrijken van de eindvervaldag van een concessie, kan deze op aanvraag van enig welke belanghebbende hernieuwd worden voor een termijn van 10 jaar of een veelvoud.

 

Wanneer omwille van een bijbegraving tijdens de laatste 10 jaar van een lopende concessie de eindvervaldag van de concessie niet kan nageleefd worden (omwille van de wettelijk verplichte grafrustperiode van 10 jaar), dient naar aanleiding van deze begraving een hernieuwing van de concessie aangegaan te worden (10 jaar of een veelvoud ervan), die aanvang zal nemen de eerste kalenderdag na de eindvervaldag van de initiële concessie.

 

De hernieuwing van de concessies worden verleend onder de in het desbetreffende reglement, het politiereglement en het retributiereglement bepaalde voorwaarden, zoals die gesteld zijn op het ogenblik van de aanvraag tot hernieuwing van de concessie.

 

Artikel 15 (kennisgeving van de eindvervaldag)

 

Teneinde de nabestaanden tijdig te informeren over het naderen van de eindvervaldatum van een concessie wordt dit minstens 1 kalenderjaar voor de eindvervaldatum aangekondigd door een bericht aangebracht op het graf en op het berichtenbord aan de ingang van de begraafplaats.

 

Indien er geen aanvraag tot hernieuwing is ingediend op de eindvervaldatum van de concessie, vervalt de concessie van rechtswege.

 

Eveneens van toepassing op niet-geconcedeerde graven.

 

 

Artikel 16 (einde door verwaarlozing)

 

Wanneereengeconcedeerdgrafdoordeconcessiehouder of een niet-geconcedeerd graf door de nabestaanden nietvoldoendeonderhouden wordt en als verwaarloosd wordt aanzien, kan de concessie van ambtswege stopgezet worden na de geëigende procedure zoals voorzien in artikel 25.

 

 

Artikel 17 (einde door terugneming)

 

In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of een geconcedeerde columbariumnis, wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheid, zullen de concessiehouders en/of de nabestaanden hiervan 2 maanden voor de terugneming schriftelijk verwittigd worden door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, en kunnen zij:

        geen aanspraak maken op enigerlei vergoeding;

        slechts aanspraak maken op het bekomen van een perceel van dezelfde oppervlakte of een nis van dezelfde grootte, op dezelfde begraafplaats of op een andere begraafplaats in de gemeente, voor zover een verzoek tot overbrenging werd ingediend door enige belanghebbende voor de datum van terugneming.

 

De kosten van de overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens zijn ten laste van de gemeente.

 

Artikel 18 (einde door wijziging van de bestemming van de begraafplaats)

 

In geval van wijziging van de bestemming van de begraafplaats (sluiting) kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enigerlei vergoeding. Hij heeft wel het recht op het kosteloos bekomen van een perceel of een nis van dezelfde grootte op een andere begraafplaats.

 

Ingeval de concessie reeds volledig is ingenomen zijn de kosten voor de overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens ten laste van de aanvrager.

 

Ingeval de concessie nog niet volledig is ingenomen zijn de kosten voor de overbrenging van de stoffelijke overschotten ten laste van het lokaal bestuur, de kosten voor de overbrenging van de graftekens zijn ten laste van de aanvrager.

 

Artikel 19 (wegnemen van de graftekens)

 

Wanneer een concessie om welke reden ook een einde neemt, worden de niet-weggenomen graftekens na het verstrijken van een termijn van 1 jaar, eigendom van de gemeente.

 

Hoofdstuk 3 : graftekens en versieringen

 

Artikel 20 (grafteken op graf in volle grond)

 

Tenzij de overledene anders heeft beschikt of wanneer zijn aanverwanten er verzet tegen aantekenen, heeft één ieder het recht om op het graf van zijn verwante of vriend een permanent grafteken te laten plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder. Dit kan ten vroegste 6 weken na de begraving.

 

De aannemer die een grafteken wenst te plaatsen moet dit steeds minstens 14 dagen voor de voorziene plaatsingsdatum melden aan het lokaal bestuur, teneinde toezicht mogelijk te maken.

 

De voor het grafteken bestemde materialen dienen vooraf volledig klaar voor plaatsing (gekapt en afgewerkt) te zijn, geen enkel hulp- of restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats achtergelaten worden.

 

De graftekens moeten in elk geval steeds worden geplaatst op een betonnen omlijsting of fundering in metselwerk die voldoende stevigheid en stabiliteit biedt om overhelling van het grafteken te voorkomen.

 

Artikel 21 (grafteken op een columbariumnis)

 

De columbariumnis wordt afgesloten met een onafgewerkt, betonnen deksel. De nabestaanden zijn verplicht een zwarte zeshoekige siersteen,te verkrijgen bij het lokaal bestuur, te plaatsen op de columbariumnis. De nabestaanden dienen deze te laten graveren  bij een leverancier van hun keuze. Na het graveren wordt de steen bezorgdaanhetlokaalbestuur,datonverwijldzalinstaanvoorhetreglementairaanbrengen van de siersteen op de columbariumnis.

 

De nabestaanden dienen bij het graveren (lettergrootte en schikking) van de siersteen rekening te houden met de intentie om 1 tot 4 stoffelijke overschotten te laten begraven. Plaatsgebrek voor het bijgraveren van de gegevens van de 2e, 3e of 4e  overledene kan geen aanleiding geven tot het verschaffen door het lokaal bestuur van een nieuwe siersteen.

 

Artikel 22 (grafteken op een urnenkelder)

 

De urnenkelder wordt afgesloten met een onafgewerkte, betonnen afdeksteen. Binnen de 6 maanden na de begraving wordt door de nabestaanden een stenen grafteken aangebracht, bestaande uit een horizontale vlakke siersteen van max. 50 x 50 cm, eventueel met een opstaande versiering van maximaal 50 cm. De uitvoering en materiaalkeuze is vrij.

 

Artikel 23 (algemene bepalingen met betrekking tot de graftekens, het onderhoud, deaanplantingen en de versieringen)

 

Het is niet toegelaten:

        Grafstenen of andere siertekens te plaatsen die door hun vorm, afmetingen, opschriften, materiaalkeuze, … een verstoring betekenen voor de reinheid, gezondheid, veiligheid en sereniteit op de begraafplaats;

        Beplantingen aan te brengen die de veiligheid en de vlotte doorgang belemmeren of die de aanpalende graftekens overgroeien. Enkel beplanting binnen het graf zelf is toegestaan.

        Rond de graven afsluitingen, omheiningen en zit- of knielbanken aan te brengen;

        Kransen uit kunststof te plaatsen in omhulsels die deels of geheel uit breekbaar glas bestaan;

 

Het is verplicht:

        De bloemen en planten die op de graven worden geplaatst, in goede staat te onderhouden; verwelkte bloemen en planten dienen binnen een redelijke termijn verwijderd te worden (bij ontstentenis kan dit gebeuren door de zorgen van het lokaal bestuur, voor rekening van de nabestaanden).

 

Artikel 24 (Allerheiligen)

 

Om de sereniteit op de begraafplaats te vrijwaren moeten de graftekens die zijn scheefgezakt, omgevallen, …. uiterlijk 14 dagen voor Allerheiligen (door toedoen van de familieleden) worden hersteld.

 

Van 15 oktober tot en met 5 november is op de begraafplaatsen de toegang verboden voor alle gemotoriseerde voertuigen, met uitzondering van ceremoniewagens en voertuigen van de gemeentelijke diensten. Aannemers dienen hiermee rekening te houden bij de planning van de plaatsing van de graftekens.

Alle materialen die op 15 oktober niet correct werden geplaatst, verwerkt of verwijderd en hierdoor de sereniteit van de begraafplaats in de periode rond Allerheiligen in gedrang brengen, zullen op risico en op kosten van de overtreder en zonder enig verhaal ontruimd worden door het lokaal bestuur.

 

Artikel 25 (onderhoud)

 

De graftekens en hun omgeving moeten voortdurend in perfecte staat van bewaring, onderhoud en reinheid gehouden worden.

De verantwoordelijke families of belanghebbenden moeten elk grafteken, dat bouwvallig of vervallen is, doen herstellen of wegnemen.

Het onderhoudsverzuim, dat verwaarlozing van het graf voor gevolg heeft, wordt door de burgemeester in een akte vastgesteld, die een jaar lang aangeplakt blijft aan het graf en aan de ingang van de begraafplaats. In de mate van het mogelijke zullen de familieleden schriftelijk worden in kennis gesteld.

Bij het verstrijken van die termijn en bij het niet herstellen van de gebreken, wordt de concessie beëindigd door het college van burgemeester en schepenen. Van ambtswege wordt overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen.

Indien echter blijkt dat het een graf betreft van een persoon die geen nabestaanden meer heeft, dan wordt het graf door de gemeentediensten onderhouden, tot de concessietermijn of de periode van grafrust verstreken is.

 

 

Hoofdstuk 4: Opgravingen

 

Artikel 26

 

Als een overledene in een andere gemeente wordt herbegraven, moet de burgemeester van die andere gemeente toestemming geven voor de herbegraving in zijn gemeente vooraleer het stoffelijk overschot wordt opgegraven.

 

Artikel 27

 

De aanvraag tot opgraving moet door de nabestaande schriftelijk worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen;

 

Er moeten steeds de volgende beschikkingen worden nageleefd:

  1. dag en uur waarop de opgraving zal plaatsvinden worden in overleg met de dienst van de begraafplaatsen vastgesteld;
  2. het grafteken, de beplantingen en alle andere voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten moeten verwijderd worden vooraleer tot de opgraving wordt overgegaan;
  3. de gemeente of een gespecialiseerde firma zorgt voor het openleggen van het graf, het lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil. Het openen en sluiten van de grafkelders gebeurt steeds door de gemeente;
  4. het openen van de nis, het uitnemen van de urne uit de nis en het opnieuw sluiten van de nis geschieden door de zorgen van de gemeente.

 

De kosten verbonden aan de opgraving zijn voor rekening van wie de opgraving gevraagd heeft onverminderd de verschuldigde retributie.

 

Artikel 28

Een opgraving gebeurt steeds in tegenwoordigheid van 1 of meerdere begraafplaatsmedewerkers en van een gemachtigde die door de burgemeester is aangesteld en die er verslag van opmaakt. Zij kunnen de vernieuwing van de kist voorschrijven als ze dat nodig achten en ze kunnen elke andere maatregel nemen om de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid te beschermen op kosten van de aanvrager.

 

De burgemeester kan een nabestaande toestemming verlenen om de opgraving bij te wonen.

 

Artikel 29

 

Niet-geconcedeerde (na de termijn van 10 jaar verplichte grafrust) of definitief vervallen geconcedeerde graven die zich bevinden tussen geconcedeerde graven kunnen ingenomen worden voor een nieuwe begraving op verzoek van een aanvrager, mits akkoord van het college van burgemeester en schepenen, op voorwaarde dat:

- alle kosten voor het graven van de put en het ontknekelen van het graf door een gespecialiseerde firma gedragen worden door de aanvrager;

- alle menselijke resten die zich nog in de ondergrond bevinden, in overleg met het lokaal bestuur worden herbegraven op een daarvoor op de begraafplaats voorziene knekelengraf of worden weggehaald door een gespecialiseerde firma;

- het ruimen gebeurt op een waardige manier met maximaal respect voor de overledenen, de delen waar de werkzaamheden plaatsvinden moeten visueel worden afgesloten van het publiek.

 

Hoofdstuk 5: Ordemaatregelen

 

Artikel 30 (toegankelijkheid)

 

De begraafplaatsen zijn toegankelijk voor het publiek van zonsopgang tot zonsondergang, behoudens afwijkingen vastgesteld door de burgemeester.

 

Artikel 31 (ordehandhaving)

 

De gemeente handhaaft de orde en de openbare veiligheid op de begraafplaatsen. Ze staat evenwel niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen. Het lokaal bestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade door particulieren of door natuurelementen aangebracht aan de graven of voor de diefstal van de aangebrachte gedenktekens en versieringen.

 

Artikel 32 (verbodsbepalingen)

 

Op de begraafplaatsen zijn alle handelingen en gedragingen verboden waardoor de orde of de aan de doden verschuldigde eerbied verstoord wordt.

 

Het is in het bijzonder verboden:

 

        zich op de begraafplaatsen te bevinden buiten de vastgestelde openingstijden;

        de grasperken en de beplantingen der begraafplaatsen te betreden of deze grasperken en beplantingen op welke wijze ook te beschadigen;

        de graftekens en alle huldigings- en versieringsvoorwerpen op welke wijze ook te beschadigen;

        binnen de omheining der begraafplaatsen vuilnis en afval neer te leggen dat niet afkomstig is van de begraafplaats. Het afval mag enkel achtergelaten worden op de daartoe aangewezen plaatsen;

        met voertuigen de begraafplaats binnen te rijden, tenzij om uitzonderlijke redenen en daartoe toelating verkregen is van de aangestelde van de gemeente;

        op graftekens of afsluitingen te klauteren;

        op de begraafplaats aanwezig te zijn onder invloed van genotsmiddelen (drugs, alcohol, …);

        kinderen jonger dan zeven jaar de begraafplaats te laten bezoeken zonder begeleiding van een volwassen persoon.

 

Artikel 33 toegang met een hond

 

Het is toegelaten om de begraafplaats te bezoeken met een hond, echter enkel als deze aangelijnd is met een korte leiband en diens aanwezigheid de sereniteit van de begraafplaats en de rust van de andere bezoekers niet verstoort (bvb. blaffen, agressief gedrag, … ), zoniet dient de bezoeker met de hond de begraafplaats onmiddellijk te verlaten. Verder moeten ook alle andere verplichtingen, van toepassing op het openbaar domein (o.a. het gebruik van hondenpoepzakjes),  nageleefd worden.

 

Andersvalidenmethungeleidehond,politiedienstenenerkendebewakingsondernemingenmetwaak-,speur-enverdedigingshonden hebben ten allen tijde onbeperkte toegang tot de begraafplaatsen.

 

Artikel 34 (aanplakkingen)

 

Op de begraafplaatsen is elke aanplakking of reclame verboden die niet is voorzien in het decreet of de besluiten van de Vlaamse regering.

 

Het is eveneens verboden gelijk welke voorwerpen of opschriften aan te brengen, behoudens in de gevallen voorzien in de wetgeving vermeld in het eerste lid.

 

 

Artikel 35 (handel)

 

Het is strikt verboden om binnen de omheining van de begraafplaatsen te leuren, gelijk welk voorwerp uit te stallen of te koop aan te bieden of om in het algemeen zijn diensten aan te bieden.

 

Artikel 36 (verwijdering)

 

Onverminderd mogelijke rechtsgevolgen wordt iedereen die zich niet gedraagt met eerbied voor de doden of inbreuk pleegt op enigerlei bepaling uit onderhavig reglement, onmiddellijk buiten de begraafplaats gezet door de personen bevoegd voor het toezicht en voor de handhaving van de openbare orde.

 

Artikel 37 (strafbepalingen)

 

Onverminderd de toepassing van artikelen 315, 340, 453 en 526 van het Strafwetboek en voor zover hogere wetgeving geen straffen voorziet voor de overtredingen van dit reglement, worden de inbreuken op de bepalingen van dit reglement bestraft met een gevangenisstraf van één tot zeven dagen evenals met een boete van één tot vijfentwintig euro of met één van deze straffen alleen.

 

Hoofdstuk 6 – Peterschap van een grafmonument van lokaal historisch belang

 

Artikel 38

 

Organisaties, particulieren of groepen kunnen het peterschap over een grafmonument van lokaal historisch belang verwerven en verbinden zich er in ruil toe het te restaureren en te onderhouden. Het lokaal bestuur blijft eigenaar van het grafmonument en het is niet mogelijk om er opnieuw in te begraven. Men kan het peterschap enkel bekend maken door een door het lokaal bestuur Roosdaal gratis aangeleverd plakkaatje aan het grafmonument te bevestigen.

 

Artikel 39

 

De verwerving van het peterschap van een bestaand grafmonument is gratis.

 

Artikel 40

 

Het college van burgemeester en schepenen keurt de aanvraag voor het peterschap goed. In elke aanvraag wordt grondig gemotiveerd waarom men het peterschap over een bestaand grafmonument wenst te verwerven.

 

Artikel 41

 

Bij goedkeuring van het peterschap wordt een overeenkomst afgesloten met de aanvrager, waarin de richtlijnen voor de restauratie en het onderhoud van het grafmonument opgenomen zijn alsook de termijn van het peterschap.

 

De aanvrager verbindt zich er toe om de instandhoudings- en restauratiewerken aan het grafmonument uit te voeren zonder de oorspronkelijke staat van het grafmonument te wijzigen. Bij het niet-naleven van de voorwaarden die deel uitmaken van de overeenkomst, kan het lokaal bestuur de overeenkomst voortijdig beëindigen.

 

De aanvrager kan geen aanspraak maken op vergoedingen of compensaties bij het beëindigen of niet hernieuwen van de overeenkomst.

 

Artikel 42

 

De aanvrager is aansprakelijk voor eventuele schade aan de eigendommen van het lokaal bestuur als gevolg van werken die in zijn of haar opdracht werden uitgevoerd.

 

Hoofdstuk 7 – Samen begraven met een gezelschapsdier

 

Artikel 43

De urne met het as van een eerder overleden en gecremeerde gezelschapsdier kan bijgezet of mee begraven worden. Dit kan echter enkel op het moment van de initiële begraving. Een bijzetting op een later tijdstip is niet toegestaan. De mogelijkheden met betrekking tot de bij te plaatsen urne(s) worden op voorhand met de grafmaker besproken.

Met het gezelschapsdier wordt elk dier bedoeld dat tam is en traditioneel in huis gehouden wordt voor gezelschap of emotionele steun.

De urne mag niet biologisch afbreekbaar zijn om asvermenging te voorkomen.

Het is bijgevolg ook niet toegestaan een gezelschapsdier uit te strooien op de strooiweide.

De urne van het dier maakt geen deel uit van een concessie en kan bijgevolg bijgezet worden in geconcedeerde en niet-geconcedeerde graven. De urne van het dier mag echter nooit de plaats van een persoon innemen.

Bij de beëindiging van het perceel waar het gezelschapsdier mee begraven ligt, zal de as van het gezelschapsdier uitgestrooid worden op een daartoe voorziene plek buiten de gemeentelijke begraafplaatsen.

 

Hoofdstuk 8: slotbepalingen

 

Artikel 44

 

Alle gevallen, niet bepaald in onderhavig reglement of in de decreten en uitvoeringsbesluiten, worden geregeld door het college van burgemeester en schepenen of door de burgemeester in geval van hoogdringendheid.

 

Artikel 45

 

Dit begraafplaatsenreglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Dit reglement heft alle voorgaande reglementen en verordeningen van de gemeente Roosdaal betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging op.

 

Artikel 46

 

Alle concessies toegestaan voor ingang van dit reglement blijven ongewijzigd bestaan volgens het reglement van toepassing op het tijdstip van het toekennen van de concessie. Hernieuwingen echter vallen onder toepassing van onderhavig reglement.

 

De bestaande graven dienen te blijven voldoen aan de modaliteiten en voorschriften van het reglement dat van kracht was op het tijdstip van begraving.

 

------------

 

Artikel 2. - Met de goedkeuring van onderhavig reglement op de begraafplaatsen worden alle voorgaande gemeentelijke reglementen betreffende de begraafplaatsen en lijkbezorging opgeheven.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk retributiereglement voor de begraafplaatsen - goedkeuring

 

Dit agendapunt werd uitgesteld naar een volgende zitting.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk retributiereglement voor de afgifte van administratieve stukken

 

Voorgeschiedenis /Feiten en context

        het gemeentelijke belastingreglement van 25 januari 2018 op de afgifte van administratieve stukken

        de brief van 2 oktober 2025 van de FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken, mevrouw Annabelle Hageman, Directeur-generaal, betreffende het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 1 januari 2026

 

Juridische grond

        het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

        het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van verschillende categorieën van elektronische identiteitskaarten en -documenten, en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

        de dienst burgerzaken levert allerlei administratieve stukken af aan de burgers. Het gemeentebestuur heeft de mogelijkheid om een retributie te heffen als tegenprestatie voor de vergoeding die door de federale overheid aan de gemeenten wordt aangerekend en voor de dienstverlening

        de gemeenteraad kan het college van burgemeester en schepenen machtigen tot het heffen van retributies voor de afgifte van bepaalde documenten

        in dat geval dienst de gemeenteraad eerst te beslissen over het kader en de bijzondere voorwaarden van een retributie. Dit houdt onder meer in de aanduiding van diegene die de retributie verschuldigd is, voor zover dat niet vanzelfsprekend volgt uit de aard van de retributie, en de eventuele vaststelling van vrijstellingen of verminderingen. Door de bevoegdheid tot het vaststellen van het tarief en de bepaling van de wijze van inning aan het college van burgemeester te delegeren, kan er op een vlotte manier worden ingespeeld op veranderende omstandigheden, bijvoorbeeld de jaarlijkse (indexering) prijsaanpassing van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de administratieve stukken, die door de federale overheid worden aangerekend

        de aanpassing van het belastingreglement van 25 januari 2018 naar dit retributiereglement brengt verduidelijking en transparantie in de prijszetting en tariefstructuur van deze stukken

        de financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele retributies om het financieel evenwicht te waarborgen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0130 - administratieve dienstverlening. De geraamde ontvangst bedraagt 115.000 euro per jaar.

 

BESLUIT:

16 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG), Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
4 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA) en Marc Devits (GROEN+).
 

Artikel 1. - Met ingang van 1 januari 2026 wordt een retributie geheven voor de afgifte van diverse administratieve stukken.

 

De door de federale overheid aan de gemeente aangerekende vergoedingen voor de uitreiking van deze stukken zijn in de retributie inbegrepen.

 

Artikel 2. - De gemeenteraad geeft aan het college van burgemeester en schepenen de machtiging tot het heffen van deze retributie en het vaststellen van de tarieven.

 

Artikel 3: Er wordt een retributie geheven voor de afgifte van volgende administratieve stukken:

        Elektronische identiteitskaarten aan Belgen, zowel via de normale als de spoedprocedure;

        Elektronische vreemdelingenkaarten, via de normale en spoedprocedure;

        Internationale reispassen, via de normale en spoedprocedure;

        (Voorlopige) rijbewijzen in bankkaartmodel en internationale rijbewijzen;

        Trouwboekjes;

        Bewijs van aangifte van slachting van een dier, ongeacht of het aan keuring onderworpen is.

 

Artikel 4. - Het college van burgemeester en schepenen kan, bij de vaststelling van de tarieven voor de administratieve stukken vermeld in artikel 3, verminderingen toekennen op basis van objectief vaststelbare criteria, waaronder:

        Leeftijd van de persoon voor wie het administratieve stuk wordt afgeleverd;

        Hoedanigheid van de betrokkene als inwoner of niet-inwoner van de gemeente Roosdaal.

 

Artikel 5. - De tarieven dienen redelijk en in verhouding met de verleende dienst te zijn.

 

Artikel 6. – Het reglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur, bekendgemaakt via de website, en treedt in werking op 1 januari 2026. Het besluit van 25 januari 2018 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken wordt op datzelfde moment opgeheven.

Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

ILV Sportregio Pajottenland: samenwerkingsovereenkomst - aanpassing statuten en huishoudelijk reglement - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        sinds 1 januari 2018 is er een intensieve samenwerking op vlak van sport binnen de sportregio Pajottenland. Het bestuurscomité van de ILV Sportregio Pajottenland vraagt aan de verschillende gemeenteraden van de deelnemende gemeenten om een aantal aanpassingen in de statuten en het huishoudelijk reglement op te nemen

 

Juridische gronden

        decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 - artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad

        decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 – artikel 392 tot en met 395 betreffende samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid

        de beslissing van de gemeenteraad van 30 november 2017 betreffende de goedkeuring tot de samenwerking binnen de ILV Sportregio Pajottenland en goedkeuring van de statuten en huishoudelijk reglement van de ILV sportregio Pajottenland

 

Feiten, context en argumentatie:

        het bestuurscomité (samenstelling van de schepenen van sport van de betrokken lokale besturen Affligem, Bever, Liedekerke, Lennik, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal en Ternat) kwam op 6 februari 2025 samen om de statuten en het huishoudelijk reglement te bespreken en voorstellen uit te werken tot aanpassing

        de aanpassingen zijn noodzakelijk aangezien er een fusiegemeente (Pajottegem) is gekomen en een aantal artikelen een kleine update nodig hebben

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, onder het beleidsveld 0741-00, actie ACT-5.1.1 Toegankelijke activiteiten bereiken elke inwoner, vaak samen met partners.

 

Het jaarlijks lidgeld bedraagt 0,50 euro per inwoner per jaar en dit met ingang voor de jaargang 2026. Het bedrag per inwoner kan jaarlijks worden aangepast door het beheerscomité. De geraamde uitgave over een periode van 6 jaar bedraagt 36.300 euro.

 

Het visum van de financieel directeur is gunstig, onder voorwaarde dat de voorziene ramingen voor de betaling van het jaarlijks lidgeld niet geschrapt worden uit het ontwerp van meerjarenplan.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. - Volgende aanpassingen worden doorgevoerd aan de statuten:

 

Artikel 3 Duurtijd

De duurtijd van de overeenkomst wordt vastgelegd volgens een engagement van onbepaalde duur, met ingang vanaf 1 januari 2026 maar biedt de mogelijkheid tot opzeggen van de overeenkomst tijdens het eerste jaar van elke nieuwe legislatuur. De opzeg van de overeenkomst dient voor 1 juli van het eerste jaar van de nieuwe legislatuur te worden overgemaakt aan het bestuurscomité van de ILV SRP.

 

Artikel 4. Zetel

Interlokale Vereniging Sportregio Pajottenland 
p/a ILV Sportregio Pajottenland 
Marktplein 17 - 1570 Pajottegem

 

Artikel 6 Inbreng en toetreding

Het jaarlijks lidgeld bedraagt € 0,50 per inwoner per jaar en dit met ingang voor de jaargang 2026. Het bedrag per inwoner kan jaarlijks worden aangepast door het beheerscomité. De lidgelden zullen ten laatste tegen 31 maart per factuur opgevraagd worden bij de verschillende deelnemende lokale besturen.

 

Artikel 9. Quorum en wijze van beslissen

Het beheerscomité kan slechts geldig vergaderen indien de meerderheid (fysiek of digitaal) aanwezig is.

 

Artikel 2. - Volgende aanpassingen worden doorgevoerd aan het huishoudelijk reglement:

 

Artikel 9. Algemene bepalingen

De bijdragen zullen vanuit het administratief secretariaat van de interlokale vereniging ten laatste tegen 31 maart met factuur opgevraagd worden aan de participanten.

 

Artikel 10. Volmachthouders

Onder de sportambtenaren van de werkgroep worden door het beheerscomité minstens 3 volmachthouders gekozen, waarvan minimum 1 schepen en 2 ambtenaren. Deze hebben alle rechten op de rekening van de “ILV SRP”. De financieel beheerder is één van de volmachthouders.

 

Artikel 3. - De statuten en het huishoudelijk reglement van de interlokale vereniging Sportregio Pajottenland worden goedgekeurd.

 

Artikel 4. - Deze statuten en het huishoudelijk reglement zullen door het lokaal bestuur ondertekend worden door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

Artikel 5. - Een voor eensluidend verklaard afschrift van dit besluit zal samen met de aangepaste statuten en het huishoudelijk reglement overgemaakt worden aan de interlokale vereniging Sportregio Pajottenland, de lokale besturen van Affligem, Bever, Liedekerke, Lennik, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal en Ternat.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentebelastingen: aanvullende belasting op de personenbelasting voor het aanslagjaar 2026 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        sinds het aanslagjaar 2001 werd deze belasting vastgesteld op 7,50%

 

Juridische gronden

        de artikelen 465 tot en met 470 bis van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen

 

Argumentatie / motivering

       de financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele belastingen om het financieel evenwicht te waarborgen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst voor 2026 bedraagt 6.341.998,42 euro.

 

BESLUIT:

14 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
6 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA), Marc Devits (GROEN+), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG) en Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG).
 

Artikel 1. - Voor het aanslagjaar 2026 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de Rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2. - De belasting wordt vastgesteld op 7,50% van het overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3. - De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van de  FOD Financiën geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4. - Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking vijf dagen na deze bekendmaking. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentebelastingen: opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2026 - goedkeuring

 

Juridische gronden

        het artikel 170, §4, van de Grondwet

        het artikel 464, 1°, van het Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992

        het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

        het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 41

        het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies

        ingevolge het gewijzigde artikel 2.1.4.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, stijgt de basisheffing van de onroerende voorheffing in het Vlaams Gewest vanaf het aanslagjaar 2018 van 2,5% naar 3,97% van het kadastraal inkomen

 

Argumentatie / motivering

        de financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele belastingen om het financieel evenwicht te waarborgen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst voor 2026 bedraagt 3.212.175,43 euro.

 

BESLUIT:

14 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
6 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA), Marc Devits (GROEN+), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG) en Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG).
 

Artikel 1. - Er worden 661,21 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd voor het aanslagjaar 2026.

 

Artikel 2. - Deze opcentiemen zullen geïnd worden door de Vlaamse Belastingdienst.

 

Artikel 3. - Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking vijf dagen na deze bekendmaking. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk belastingreglement op aanplakborden - aanslagjaren 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis/feiten en context

        het besluit van de gemeenteraad van 20 december 2018 betreffende het gemeentelijk belastingreglement op aanplakborden voor de aanslagjaren 2019-2025

 

Juridische gronden

        artikel 170 § 4 van de Grondwet

        artikel 40, § 3 en 41, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur

        de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse regering van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

        het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met alle latere wijzigingen.

        de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen

        bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51

 

Argumentatie / motivering

        aanplakborden en reclameborden beïnvloeden het straatbeeld en kunnen leiden tot visuele vervuiling. Het invoeren van een belasting reguleert het gebruik van publieke zichtlocaties en ontmoedigt overmatig of ongecontroleerd gebruik ervan. Een gereguleerd aantal helpt mee aan een net en verzorgd gemeentelijk imago

        via een uniform belastingtarief wordt er voor gezorgd dat alle partijen onder dezelfde voorwaarden opereren

        het is wenselijk om het tarief van de belasting te laten afhangen van de grootte van een reclame- of aanplakbord

        het voorstel om reclameborden op de plaats van een bedrijfsvestiging en die dienen voor de herkenbaarheid van het bedrijf vrij te stellen

        de financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele belastingen om het financieel evenwicht te waarborgen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst bedraagt 13.000 euro jaarlijks.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. – Belasting

Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting geheven op de aanplakborden, geplaatst op het grondgebied van de gemeente Roosdaal.

 

Artikel 2. – Tarief

De belasting wordt jaarlijks vastgesteld op 1 januari en geldt voor het volledige kalenderjaar. Het tarief bedraagt 40,00 euro per m² nuttige oppervlakte van elk afzonderlijk aanplakbord, met een minimumaanslag van 40,00 euro per bord. Elk begonnen gedeelte van een vierkante meter wordt als een volledige vierkante meter aangerekend.

 

Artikel 3. – Begripsomschrijving

Onder aanplakbord wordt verstaan: elke constructie, ongeacht het gebruikte materiaal, die zichtbaar is vanaf de openbare weg en waarop reclame wordt aangebracht door middel van aanplakking, vasthechting, schildering of enig ander middel. Dit begrip omvat eveneens muren of gedeelten van muren en omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om reclame op aan te brengen.

 

Artikel 4. – Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de persoon die de bevoegdheid heeft om de reclame op de drager te beheren en/of te exploiteren.

Als deze persoon niet gekend is dan is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de vaste of mobiele drager of de eigenaar van de muur, het gebouw, de afsluiting of andere constructies waarop de reclame is aangebracht.

 

Artikel 5. – Vrijstellingen

De belasting is niet verschuldigd voor:

 

a.  Publiciteitsborden op eigen locatie
Borden die uitsluitend worden gebruikt om op de betreffende vestigingseenheid de handelszaak, nijverheid, het beroep of de activiteiten kenbaar te maken, evenals de merken van producten die daar verkocht of vervaardigd worden.

Een vestigingseenheid is een plaats van activiteit die geografisch kan worden geïdentificeerd door een adres in België, waar minstens een activiteit van de geregistreerde entiteit wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend. Voorbeelden van vestigingseenheden zijn werkplaatsen, winkels, verkooppunten, kantoren, directies, zetels, agentschappen en filialen.

 

b. Borden voor openbare of niet-commerciële doeleinden
Borden die uitsluitend bestemd zijn voor een openbare dienst of voor een werk of organisatie zonder winstoogmerk van culturele, sportieve, menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke aard of van openbaar nut.

 

c. Notariële aankondigingen
Borden die uitsluitend worden gebruikt voor notariële aankondigingen.

 

d. Verkiezingsborden
Vaste borden die uitsluitend worden gebruikt naar aanleiding van verkiezingen zoals bepaald bij wet.

 

e. Sportterreinen
Borden die geplaatst zijn op sportterreinen en gericht zijn naar de plaats van sportbeoefening.

 

Artikel 6. – Aangifteplicht

De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 juni van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur.

 

Het formulier voor de aangifte kan terug gevonden worden op de website van de gemeente of verkregen worden door eenvoudig verzoek. Het formulier moet behoorlijk ingevuld en ondertekend zijn, en desgevallend voorzien zijn van de nodige bewijsstukken.

 

Elke afschaffing of wijziging van de belastbare installaties moet binnen de 15 dagen aan het gemeentebestuur betekend worden. Dit geldt eveneens voor elke verplaatsing van borden in de loop van het jaar.

 

Artikel 7. – Ambtshalve inkohiering

Indien de belastingplichtige geen aangifte indient binnen de in het vorige artikel vermelde termijn, of indien de aangifte onjuist, onvolledig of onnauwkeurig is, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer tot deze ambtshalve vaststelling wordt overgegaan, ontvangt de belastingplichtige van het college van burgemeester en schepenen een aangetekend schrijven met:

        de motieven voor het gebruik van deze procedure,

        de elementen waarop de aanslag is gebaseerd,

        de wijze van bepaling van deze elementen, en

        het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de verzenddatum van

deze kennisgeving om schriftelijk opmerkingen in te dienen.

 

De ambtshalve vaststelling kan slechts worden ingekohierd gedurende drie jaar vanaf 1

januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de

belastingverordening met bedrieglijk opzet of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

De ambtshalve vastgestelde belasting wordt verhoogd als volgt:

        bij een eerste overtreding van de aangifteplicht (artikel 6): verhoging met 50% van de verschuldigde belasting;

        vanaf een tweede overtreding: verhoging met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.

Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

 

Artikel 8. – Aangestelde personeelsleden inzake vaststellingen

De overtredingen vermeld in artikel 7, eerste lid, worden vastgesteld door personeelsleden die hiervoor speciaal zijn aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht, behoudens tegenbewijs.

 

Artikel 9. – Inkohiering

De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat door het college van burgemeester en schepenen wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard.

 

Artikel 10. – Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete. Het bezwaar moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, binnen drie maanden na de ontvangst van het aanslagbiljet, overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar kan per post of via een door de gemeente toegelaten digitaal kanaal kan worden ingediend.

Indien de indiener wenst te worden uitgenodigd op de hoorzitting, moet dit uitdrukkelijk in het

bezwaarschrift worden vermeld.

 

Artikel 11. – Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk belastingreglement op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken die handelsreclame bevatten - aanslagjaren 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 24 oktober 2024 van de gemeenteraad betreffende het gemeentelijk belastingreglement op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerde drukwerk die handelsreclame bevatten voor de aanslagjaren 2024-2025

 

Juridische gronden

        artikel 170, § 4 van de Grondwet

        artikel 40, § 3 en 41, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur

        het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd

        het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (materialendecreet)

        het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)

        de omzendbrief KB/ABB/ 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Argumentatie / motivering

        Het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in alle brievenbussen of op de openbare weg is nadelig voor het milieu, het verhoogt het volume papierafval en brengt bijkomende kosten voor onder meer afhaling en verwerking met zich mee

        er is geen zekerheid dat alle huis-aan-huis verspreidde, niet-geadresseerde drukwerken die handelsreclame bevatten met de ophaling van het papier en karton meegegeven worden waardoor dat de kans zeer groot is dat een gedeelte ervan terechtkomt bij het ophalen van het restafval

        het geadresseerd drukwerk wordt selectiever verspreid en veroorzaakt een kleinere vervuiling en wordt daarom niet belast

        de tarieven kunnen vastgesteld worden per exemplaar en per gewicht. Op die manier wordt het principe ‘de vervuiler betaalt’ gehanteerd

        om de lokale kleinhandel of verenigingen, die belangrijk zijn voor het sociaal weefsel in de gemeente, niet te belasten, kan er voorzien worden in een vrijstelling voor occasionele drukwerken onder een bepaald gewicht

        de uitgevers van de drukwerken kunnen de aangifteformulieren, meer bepaald wat het aantal bedeelde drukwerken betreft, invullen op basis van de gegevens van een distributiedienst die de gemeente Roosdaal in twee verdeelronden opsplitst namelijk:

        Pamel, Strijtem en Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek (verdeelronde Roosdaal)

        Borchtlombeek en Kattem (verdeelronde Liedekerke)

        de controle op het aantal bedeelde drukwerken kan onmogelijk juist bepaald worden

        bij de bedeling door privé-personen is het aantal bedeelde drukwerken soms zeer klein

        hierdoor is het aangewezen een minimumtarief vast te stellen om het belastingreglement op een efficiënte manier te kunnen toepassen

        het verzamelen en oplijsten van de drukwerken, het opstellen van het kohier, de telefonische bijstand aan belastingplichtigen en het behandelen van de bezwaren is bijzonder arbeidsintensief

        het voorstel om de ambtshalve ingekohierde belasting bij een eerste overtreding van de aangifteplicht te verhogen met 50% om belastingplichtigen aan te zetten tot correcte en tijdige aangifte zodat het administratief proces vlot kan verlopen. Vanaf een tweede overtreding van de aangifteplicht kan de belasting worden verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde belasting

        de financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele belastingen om het financieel evenwicht te waarborgen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020 fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst bedraagt 80.000,00 euro jaarlijks.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. – Belasting

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op het huis-aan-

huis verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken die handelsreclame bevatten.

 

Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet

beschouwd als zijnde geadresseerd.

 

Artikel 2. – Belastingplichtige

De belastingplichtige is de natuurlijke - of rechtspersoon onder wiens naam, logo of embleem, het drukwerk of product wordt verspreid. De verantwoordelijke uitgever, de drukker en de verdeler zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 3. – Tarief

De belasting wordt vastgesteld met een minimum van 50,00 euro per verspreide drukwerkcampagne en bedraagt:

        0,025 euro per exemplaar van drukwerk met een gewicht tot en met 20 gram;

        0,050 euro per exemplaar van drukwerk met een gewicht van meer dan 20 gram.

 

Artikel 4. – Vrijstellingen

De volgende niet-geadresseerde drukwerken die handelsreclame bevatten, zijn vrijgesteld van belasting: drukwerken die occasioneel worden verspreid, met een maximum van vier edities per kalenderjaar, ongeacht wie als verantwoordelijke uitgever op het drukwerk vermeld staat, op voorwaarde dat geen enkele editie meer dan 20 gram weegt.

 

Artikel 5. – Aangifteplicht

De belastingplichtige is verplicht om via het aangifteformulier, beschikbaar op de gemeentelijke website, de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de aanslag, samen met een specimen van het verspreide drukwerk. De aangifte moet gebeuren volgens onderstaande termijnen:

        Verspreiding in het eerste kwartaal (januari – maart): uiterlijk op 31 maart van dat jaar

        Verspreiding in het tweede kwartaal (april – juni): uiterlijk op 30 juni van dat jaar

        Verspreiding in het derde kwartaal (juli – september): uiterlijk op 30 september van dat jaar

        Verspreiding in het vierde kwartaal (oktober – december): uiterlijk op 31 december van dat jaar

 

Voor periodieke verspreidingen kan de aangifte vooraf worden ingediend voor een periode van maximaal één jaar, en dit uiterlijk op 1 maart van het betrokken jaar. In dat geval kunnen eventuele regularisatieaangiftes nog worden ingediend binnen de termijnen die hierboven zijn vermeld.

 

Artikel 6. – Ambtshalve inkohiering

Indien de belastingplichtige geen aangifte indient binnen de in het vorige artikel vermelde termijn, of indien de aangifte onjuist, onvolledig of onnauwkeurig is, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer tot deze ambtshalve vaststelling wordt overgegaan, ontvangt de belastingplichtige van het college van burgemeester en schepenen een aangetekend schrijven met:

        de motieven voor het gebruik van deze procedure,

        de elementen waarop de aanslag is gebaseerd,

        de wijze van bepaling van deze elementen, en

        het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de verzenddatum van

deze kennisgeving om schriftelijk opmerkingen in te dienen.

 

De ambtshalve vaststelling kan slechts worden ingekohierd gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met bedrieglijk opzet of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

De ambtshalve vastgestelde belasting wordt verhoogd als volgt:

        bij een eerste overtreding van de aangifteplicht (artikel 6): verhoging met 50% van de verschuldigde belasting;

        vanaf een tweede overtreding: verhoging met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.

Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

 

Artikel 7. – Aangestelde personeelsleden inzake vaststellingen

De overtredingen vermeld in artikel 6, eerste lid, worden vastgesteld door personeelsleden die hiervoor speciaal zijn aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht, behoudens tegenbewijs.

 

Artikel 8. – Inkohiering

De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat door het college van burgemeester en schepenen wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard.

 

Artikel 9. – Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete. Het bezwaar moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, binnen drie maanden na de ontvangst van het aanslagbiljet, overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar kan per post of via een door de gemeente toegelaten digitaal kanaal kan worden ingediend.

Indien de indiener wenst te worden uitgenodigd op de hoorzitting, moet dit uitdrukkelijk in het

bezwaarschrift worden vermeld.

 

Artikel 10. – Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig

artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk belastingreglement op mobiele reclamepanelen - aanslagjaren 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 20 december 2018 van de gemeenteraad betreffende het gemeentelijk belastingreglement op mobiele reclamepanelen voor de aanslagjaren 2019-2025

 

Juridische gronden

        artikel 170, § 4, Grondwet

        artikelen 40, § 3 en 41 14° van het Decreet over het lokaal bestuur

        de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse regering van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

        decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen.

        de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen

        bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51

 

Argumentatie / motivering

        om het aantal mobiele reclamepanelen zichtbaar in de openbare ruimte te beperken kan er hierop een belasting gevestigd worden

        om de inname van openbare parkeerplaatsen door mobiele reclamepanelen te beperken kan hierop een belasting gevestigd worden

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020-00 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst bedraagt 100,00 euro per jaar.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. – Belasting

Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een gemeentelijke belasting geheven op de mobiele reclamepanelen voor commercieel gebruik die zich bevinden op de openbare weg of zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

 

Artikel 2. – Tarief

De belasting wordt vastgesteld op 20,00 euro per dag voor één mobiel reclamepaneel, anders dan per voertuig met beweegkracht. Een gedeelte van een dag wordt beschouwd als een volle dag.

 

Artikel 3. – Belastingplichtige

De belasting is jaarlijks verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het recht op gebruik heeft van het communicatiemiddel waarop de reclame wordt getoond. Indien de gebruiker of exploitant niet bekend is of de exploitatie is gestaakt zonder dat het communicatiemiddel verwijderd werd, dan rust de belastingplicht op de eigenaar van de constructie waarop het middel is bevestigd.

 

Artikel 4. – Vrijstellingen

De belasting is niet verschuldigd wanneer een bedrijfsvoertuig geparkeerd staat en wordt gebruikt voor commerciële doeleinden, mits dit geparkeerd is in overeenstemming met het toepasselijke politiereglement.

 

Artikel 5. – Aangifteplicht

De belastingplichtige moet uiterlijk één maand vóór de plaatsing van het mobiele reclamepaneel de vereiste gegevens voor de aanslag bezorgen aan het gemeentebestuur. Dit gebeurt via het aangifteformulier dat beschikbaar is op de gemeentelijke website

 

Artikel 6. – Ambtshalve inkohiering

Indien de belastingplichtige geen aangifte indient binnen de in het vorige artikel vermelde termijn, of indien de aangifte onjuist, onvolledig of onnauwkeurig is, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer tot deze ambtshalve vaststelling wordt overgegaan, ontvangt de belastingplichtige van het college van burgemeester en schepenen een aangetekend schrijven met:

        de motieven voor het gebruik van deze procedure,

        de elementen waarop de aanslag is gebaseerd,

        de wijze van bepaling van deze elementen, en

        het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de verzenddatum van deze kennisgeving om schriftelijk opmerkingen in te dienen.

 

De ambtshalve vaststelling kan slechts worden ingekohierd gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met bedrieglijk opzet of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

De ambtshalve vastgestelde belasting wordt verhoogd als volgt:

        bij een eerste overtreding van de aangifteplicht (artikel 5): verhoging met 50% van de verschuldigde belasting;

        vanaf een tweede overtreding: verhoging met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.

Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

 

Artikel 7. – Aangestelde personeelsleden inzake vaststellingen

De overtredingen vermeld in artikel 6, eerste lid, worden vastgesteld door personeelsleden die hiervoor speciaal zijn aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht, behoudens tegenbewijs.

 

Artikel 8. – Inkohiering

De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat door het college van burgemeester en schepenen wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard.

 

Artikel 9. – Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete. Het bezwaar moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, binnen drie maanden na de ontvangst van het aanslagbiljet, overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar kan per post of via een door de gemeente toegelaten digitaal kanaal kan worden ingediend.

Indien de indiener wenst te worden uitgenodigd op de hoorzitting, moet dit uitdrukkelijk in het

bezwaarschrift worden vermeld.

 

Artikel 10. – Toepassing fiscale bepalingen

Onverminderd de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4 en 6 tot en met 9 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, evenals de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek, van toepassing, voor zover zij niet specifiek betrekking hebben op belastingen op inkomsten.

 

Artikel 11. – Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk belastingreglement op de aanvragen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard (omgevingsvergunning) - aanslagjaren 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 25 januari 2024 betreffende het belastingreglement op de aanvragen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard (omgevingsvergunning) voor de aanslagjaren 2024-2025

 

Juridische gronden

        artikel 170, § 4, Grondwet

        artikelen 40, § 3 en 41 14° van het Decreet Lokaal Bestuur

        het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010

        titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

        titel IV, Hoofdstuk II van de  Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009

        het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        het decreet van 24 mei 2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning

        het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

        het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is

        het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        het besluit van de Vlaamse regering van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning

        de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse regering van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Argumentatie / motivering

        de invoering van het omgevingsdecreet vanaf 1 januari 2018

        de mogelijkheid voor aanvragers om door middel van 1 aanvraag een omgevingsvergunning te bekomen voor zowel stedenbouwkundige handelingen als voor ingedeelde activiteiten

        de vereenvoudigde administratie voor de diensten bij het hanteren van gelijke en eenduidige tarieven

        het vrijstellingenbesluit waardoor vele werken zijn vrijgesteld van omgevingsvergunning en dus ook dossiertaks

        de aansluiting bij het Vastgoedinformatieplatform heeft mogelijk gemaakt dat het aanvragen van vastgoedinformatie via het Vastgoedinformatieplatform sinds 1 mei 2023 mogelijk is voor professionele gebruikers zoals notarissen en vastgoedmakelaars, en sinds 1 februari  2024 ook voor burgers. De vergoedingen voor de geleverde vastgoedinformatie wordt aangerekend op basis van een afzonderlijk retributiereglement

        de opbrengsten van deze belasting kan dienen om de kosten van dossierbehandeling (personeel, IT-systemen, adviesraden) voor een klein stukje te dekken. Op die manier worden de lasten voor een deel gelegd bij de aanvragers van deze diensten, en wordt de inzet van algemene middelen voor het verwerken van omgevingsvergunningen gedeeltelijk ontlast

        de financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele belastingen om het financieel evenwicht te waarborgen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst bedraagt 12.000,00 euro jaarlijks.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Artikel 1. - Belasting

Voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt een gemeentebelasting geheven op :

  1. het aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting;
  2. het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden;
  3. het melden van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteiten;
  4. het indienen van een verzoek tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden;

 

Artikel 2. - Tarief

De tarieven worden vastgesteld als volgt:

 

aanvraag tot stedenbouwkundig attest:

50,00 euro

aanvraag tot planologisch attest:

50,00 euro

 

aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting:

 

• voor stedenbouwkundige handelingen

50,00 euro

• voor een ingedeelde inrichting in eerste klasse

750,00 euro

• voor een ingedeelde inrichting in tweede klasse

125,00 euro

• voor een ingedeelde inrichting in derde klasse (verandering) en tijdelijke inrichtingen

50,00 euro

 

aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

50,00 euro

 

melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting of activiteiten:

 

• voor stedenbouwkundige handelingen

50,00 euro

• voor exploitatie van een ingedeelde inrichting waarvoor een bekendmaking vereist is

50,00 euro

 

verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden:

 

• voor een ingedeelde inrichting in de eerste klasse

750,00 euro

• voor een ingedeelde inrichting in tweede klasse

125,00 euro

 

aanvraag tot bijstelling van de verkaveling:

50,00 euro

 

 

mededeling met vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur:

 

• voor een ingedeelde inrichting in eerste klasse

750,00 euro

• voor een ingedeelde inrichting in tweede klasse

125,00 euro

 

digitaliseren analoge dossiers

50,00 euro

 

De dossierkosten zijn cumulatief voor aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en de exploitatie van een ingedeelde inrichting.

 

Artikel 3. - Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de aanvrager/houder van de omgevingsvergunning, stedenbouwkundige vergunning of milieuvergunning, of handeling.

 

Artikel 4. - Wijze van inning

De belasting wordt betaald na facturatie. Bij niet-betaling wordt de belasting ingekohierd.

 

Artikel 5. - Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen een aanslag,

een belastingverhoging of een administratieve geldboete. Het bezwaar moet schriftelijk,

ondertekend en gemotiveerd worden ingediend bij het college van burgemeester en

schepenen, binnen drie maanden na datum vanaf de factuurdatum. Het bezwaar kan per post of via een door de gemeente toegelaten digitaal kanaal kan worden ingediend.

Indien de indiener wenst te worden uitgenodigd op de hoorzitting, moet dit uitdrukkelijk in het

bezwaarschrift worden vermeld.

 

Artikel 6. – Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk reglement met betrekking tot het register en de belasting van leegstaande woningen en gebouwen - aanslagjaren 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het gemeentebestuur wenst een actief en efficiënt pandenbeleid te voeren waarbij leegstand van woningen en gebouwen maximaal wordt ingedijkt

        in dat kader streeft de ILV Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland naar uniformisering en administratieve vereenvoudiging binnen de uitvoering van het leegstandsbeheer om zo maximale inzet te kunnen leveren op het verhelpen van leegstand in de verschillende TARL-gemeenten

        het besluit van 22 december 2022 van de gemeenteraad betreffende het gemeentelijk reglement en de belasting op leegstaande gebouwen en woningen voor de aanslagjaren 2023-2025

        het Besluit van 25 september 2025 van de gemeenteraad Interlokale vereniging "Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland" - overeenkomst - verlenging en uitbreiding – goedkeuring

 

Juridische gronden

        artikel 170§4 van de Grondwet

        artikel 40, § 3 en 41, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur

        het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd

        de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse regering van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

        de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen

        bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51

        Vlaamse Codex Wonen van 2021, boek 2, Deel 2, Titel 3 ‘Leegstandsregister’

 

Argumentatie / motivering

        ILV Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland zal de komende zes jaar verder uitvoering geven aan het lokaal woonbeleid van de TARL-gemeenten, de ILV wil op een actieve en efficiënte manier inzetten op het pandenbeleid in de verschillende gemeenten, naast de inzet op woningkwaliteit zal ook de leegstand van woningen en gebouwen maximaal ingedijkt worden

        om te kunnen streven naar een efficiëntere werking, worden de verschillende gemeentelijke reglementen met betrekking tot leegstand maximaal op elkaar afgestemd. Op die manier kunnen alle woonconsulenten van de ILV over de verschillende gemeenten heen uitvoering geven aan het leegstandsbeheer. Er blijft wel ruimte om lokaal eigen accenten te leggen, zo kunnen de belastingtarieven per gemeente gedifferentieerd worden

        verder wordt gestreefd naar een administratieve vereenvoudiging, op die manier kunnen de woonconsulenten maximaal inzetten op het verhelpen van leegstand in de verschillende TARL gemeenten

        uitvoering geven aan het pandenbeleid behelst immers veel procedures en richtlijnen, van de opname van een woning of gebouw in het leegstandsregister tot de schrapping dienen er heel wat administratieve stappen doorlopen te worden. Voor de betrokken eigenaars (houders van het zakelijk recht) is het moeilijk om het overzicht te houden in deze administratieve keten. In het belang van de betrokkenen en in hoofde van goed bestuur, stellen we voor om de administratieve keten te vereenvoudigen

        de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen regelen de aanstelling van personeelsleden die belast worden met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen en hun bevoegdheden om onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten

        het decreet lokaal bestuur anno 2017 bepaalt dat de beslissingen, de akten en de briefwisseling van personeelsleden aan wie bevoegdheden zijn toevertrouwd, door die personeelsleden ondertekend worden

        deze decreten bieden de mogelijkheid om de opmaak en het beheer van het leegstandsregister toe te vertrouwen aan de administratie, het ‘bevoegd personeelslid’ geeft daarbij uitvoering aan het reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad

        dit biedt het voordeel dat niet alle beslissingen tot registratie van een woning of gebouw in het register, (weigering) schrapping, (weigering) vrijstelling of overdracht van het zakelijk recht voorgelegd dienen te worden aan het schepencollege. Op die manier kan de administratie aanvragen tot schrapping en vrijstelling vlotter behandelen en kan er kort op de bal gespeeld worden naar de betrokken eigenaars. Ook overdrachten van het zakelijk recht kunnen beter opgevolgd worden waardoor nieuwe eigenaars sneller in kennis gesteld kunnen worden van de opname van hun woning of gebouw in het leegstandsregister, bovendien kunnen zij dan ook beter gestimuleerd worden om de leegstand te verhelpen

        indien de aanvraag tot schrapping of vrijstelling geweigerd wordt door het bevoegd personeelslid, hebben de betrokken eigenaars de mogelijkheid om in beroep te gaan bij het schepencollege. Het schepencollege beslist in eerste instantie dan ook niet meer over de schrapping of vrijstelling, maar blijft wel bevoegd als beroepsinstantie

        de mogelijkheid wordt voorzien dat het bevoegd personeelslid ambtshalve schrappingen doorvoert of ambtshalve een vrijstelling van de belasting toekent indien het bevoegd personeelslid over afdoende bewijskrachtige gegevens beschikt. Op die manier hoeven de betrokken eigenaars de bewijsstukken niet aan te leveren indien de administratie zelf hierover kan beschikken

        om het leegstandsbeleid meer slagkracht te geven, wordt het voorstel gedaan om het belastingtarief te verhogen. Voorstel is om een progressiviteit in te bouwen waarbij de eerste belasting 2.000,00 euro bedraagt, vervolgens wordt dit bedrag jaarlijks verhoogd met 500,00 euro tot maximaal 6.000,00 euro.

        op die manier wordt het belastingtarief significant, maar toch billijk verhoogd rekening houdende met belastingtarieven die van toepassing zijn in andere gemeenten

        renovaties van sociale woningen hebben een grote complexiteit. Het blijft een bewuste keuze om langdurige leegstand van sociale woningen in te dijken. Sociale woningen zijn daarmee op zich niet vrijgesteld van de belasting op leegstand. De uitdagingen om grote delen van het bestaande sociaal huurpatrimonium te renoveren zijn complex omwille van de schaal (vaak hele wijken of delen ervan) en het regelgevend kader (i.c. traject om financiering te bekomen, de verplichting tot tijdelijke of definitieve herhuisvesting). Deze uitdagingen gelden niet in deze mate voor projecten van particulieren of private ontwikkelaars. Bovendien heeft de gemeente ook een formele regierol in sociale woonprojecten op basis van Boek 4, deel 1, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 1 'Programmatie van projecten' van het Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen. Ook een dergelijke ingrijpende regierol is niet aanwezig in private projecten. Tenslotte is de woonmaatschappij ook een partner in de beleidsdoelstelling om kwaliteitsvolle en betaalbare sociale woningen te verhuren. Deze maatschappelijke opdracht is niet per se in private projecten aanwezig. Om deze reden wordt een bijkomende vrijstelling voorzien voor sociale huurwoningen, maar enkel op voorwaarde dat ze zijn opgenomen in een renovatieplanning die werd besproken op het Lokaal Woonoverleg en goedgekeurd door het schepencollege. Net zoals bij de andere vrijstellingen, wordt deze vrijstelling echter beperkt in de tijd

        in het kader van bovenstaande argumenten en voorstellen is het aangewezen om dit reglement aan te passen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst bedraagt 100.000,00 euro per jaar.

 

BESLUIT:

17 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Marc Devits (GROEN+), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG), Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
3 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA) en Kristof Cooreman (N-VA).
 

HOOFDSTUK 1 - DEFINITIES EN MACHTIGING

 

Artikel 1. - Begripsomschrijvingen

 

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van Boek 1, art.1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

 

1° Bevoegd personeelslid: het gemeentelijk personeelslid dat wordt belast met de uitvoering van dit reglement.

 

2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.

 

3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

 

        een aangetekend schrijven;

        een afgifte tegen ontvangstbewijs;

        een mail aan de betrokken gemeentelijke dienst, onder voorwaarde van de bevestiging van de ontvangst van de mail binnen de 14 kalenderdagen;

        het digitaal invulformulier op de gemeentelijke webtoepassing.

 

4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

 

5° Registratiedatum: de datum waarop de woning of het gebouw in het leegstandsregister wordt opgenomen. Deze datum wordt opgenomen in de administratieve akte tot vaststelling van leegstand.

 

6° Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

 

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.

        hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden; 

        hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt

 

8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in Boek 2, art. 2.9 - art. 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

 

10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste registratie in het leegstandsregister, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het register is geschrapt.

 

11° Woning: een goed vermeld in Boek 1, art. 1.3 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).

 

12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        de volle eigendom;

        de mede-eigendom;

        het recht van opstal of van erfpacht;

        het vruchtgebruik.

13° Renovatienota: een nota die toegevoegd wordt aan de aanvraag tot vrijstelling op basis van renovatiewerken die niet vergunningplichtig zijn. Deze nota bevat:

        een gedetailleerd overzicht van welke niet-vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;

        een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;

        eventuele offertes of facturen van de werken.

 

14° Sociale huurwoning: woning die bestemd is om verhuurd te worden als sociale huurwoning zoals gedefinieerd in art 1.3, § 1, eerste lid, 49° van de Vlaamse Codex wonen van 2021.

 

15° renovatieplanning sociale woningen: renovatieplanning van sociale huurwoningen, opgemaakt in overleg met de woonmaatschappij, besproken op het Lokaal Woonoverleg en bekrachtigd door het schepencollege.

 

Artikel 2 – Bevoegde personeelsleden

 

Het college van burgemeester en schepenen duidt gemeentelijke personeelsleden aan die belast worden met de uitvoering van dit reglement.

 

Deze personeelsleden hebben de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden voor de opmaak en het beheer van het leegstandsregister. Daarnaast hebben zij ook de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

HOOFDSTUK 2 - REGISTRATIE VAN LEEGSTAND

 

Artikel 3 – Leegstandsregister

 

§1 Het bevoegd personeelslid houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

        een register “leegstaande gebouwen”;

        een register “leegstaande woningen”.

Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

§2 In elk register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
3° de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht;

4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de registratie.

 

Artikel 4 - Registratie van leegstand

 

§1 Een leegstaande woning of leegstaand gebouw wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte tot vaststelling van leegstand. In deze akte worden de indicaties vermeld die de leegstand staven. Er wordt tevens een fotodossier bijgehouden, dit maakt geen deel uit van de administratieve akte. In de administratieve akte wordt tevens de registratiedatum vermeld.

 

§2 De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve

indicaties zoals vermeld in de volgende (niet-limitatieve) lijst:

 

        het ontbreken, sinds meer dan één jaar, van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

        het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

        de onmogelijkheid om het gebouw te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;

        het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als "te huur" of "te koop";

        het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

        een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw uitgesloten worden kan;

        dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd);

        verwaarloosd buitenschrijnwerk;

        verwaarloosde gevels;

        de woning is niet bemeubeld;

        een verwaarloosde of slecht onderhouden tuin of omgeving;

        rolluiken die langdurig neergelaten zijn;

        een volle brievenbus gedurende lange tijd;

        getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent.

 

§3 Er kan beroep worden ingesteld tegen de registratie van een woning of gebouw in het leegstandsregister volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.

 

Artikel 5 - Kennisgeving van de registratie

 

De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot registratie in het gemeentelijk register. Bij de kennisgeving wordt de administratieve akte tot vaststelling van leegstand meegestuurd, deze bevat:

 

        de beslissing tot registratie van de woning of het gebouw in het leegstandsregister;

        de indicaties die de leegstand staven;

        informatie over de gevolgen van de registratie in het leegstandsregister;

        informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de registratie in het leegstandsregister.

 

Artikel 6 - Schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister

 

§1 Een woning wordt geschrapt uit het leegstandsregister als ze meer dan 6 maanden ononderbroken wordt aangewend in overeenstemming met de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na onderzoek ter plaatse.

 

Een gebouw wordt geschrapt uit het leegstandsregister indien meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, na de periode van leegstand, meer dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt overeenkomstig de functie, overeenkomstig de bepalingen in Boek 2, deel 2, titel 3 'leegstandsregister' van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.

 

§2 Overige schrappingsgronden:

 

        Een woning of gebouw, waarvoor een functiewijziging werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag ter controle van de functiewijziging, dat de wijziging bevestigt, op voorwaarde dat het gebruik in overeenstemming is met de nieuwe functie. De functiewijziging moet door de belastingplichtige gemeld worden aan het bevoegd personeelslid en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot functiewijziging.

        Een woning of gebouw, waarvoor een sloop werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag dat bevestigt dat de sloop voltooid is en het terrein volledig van puin geruimd is. De sloop moet door de belastingplichtige gemeld worden aan het bevoegd personeelslid en gestaafd worden met een kopie van de omgevingsvergunning tot sloop indien deze vereist is

        Een woning of gebouw, waarin een wijziging van het aantal woongelegenheden werd aangevraagd en vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de opmaak van het verslag dat de voltooiing van de werkzaamheden en de wijziging van het aantal woongelegenheden bevestigt

 

§3 Het controle-onderzoek gebeurt op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige aan het bevoegd personeelslid. De al dan niet inwilliging van een verzoek tot schrapping kan worden voorafgegaan door een controle van ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. Het verzoek tot schrapping wordt niet ingewilligd als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§4 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan het bevoegd personeelslid, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

 

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

        de bewijsstukken overeenkomstig die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

        De datum van indienen van het verzoek.

 

§5 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de schrapping geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending.

 

§6 Onverminderd §1 tot en met §5, kan het bevoegd personeelslid overgaan tot ambtshalve schrapping, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens.

 

§7 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag schrapping volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.

 

HOOFDSTUK 3 - BELASTING OP LEEGSTAND

 

Artikel 7 - Belastbaar feit en termijn

Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op de verjaardag van de registratiedatum.

 

Artikel 8 - Belastingplichtige

 

§1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de registratiedatum.

 

§2 In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders, zoals omschreven in artikel 1 lid 12, zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

§3 In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger van het nieuwe zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

 

De instrumenterende ambtenaar of de overdrager van het zakelijk recht stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de akte van verkoop in kennis van de overdracht. Volgende gegevens worden daarbij bezorgd:

        naam en adres van de verkrijger(s) van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;

        datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

Het ondertekenen van een verkoopovereenkomst houdt geen overdracht in van een zakelijk recht. Het verlijden van de notariële akte van verkoop zal bepalend zijn om te bekijken wie er op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt, belastingplichtige is.

  

Artikel 9 - Tarief van de belasting

 

Als de leegstaande woning of het leegstaand gebouw gedurende een eerste termijn van twaalf maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, bedraagt de belasting 2.000,00 euro.

 

De belasting wordt vermeerderd met 500,00 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de leegstaande woning of het gebouw op het register staat met een maximum van 6.000,00 euro.

 

Een vrijstelling, zoals voorzien in artikel 10, schorst de optelling van het aantal termijnen gedurende de looptijd van de vrijstelling.

 

Na de overdracht van het volledige zakelijk recht vervalt het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning of een gebouw opgenomen is in het leegstandsregister. In dat geval zal de eerste aanslag aan de nieuwe zakelijk gerechtigde 2.000 euro bedragen.

   

Artikel 10 - Vrijstellingen

 

§1 Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij het bevoegd personeelslid via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting moet worden ingediend via beveiligde zending voor de verjaardag van de toepasselijke registratiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hieronder beschreven, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan het bevoegd personeelslid.

 

§2 Het al dan niet toekennen van een vrijstelling kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. De vrijstelling wordt geacht geweigerd te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§3 Het bevoegd personeelslid onderzoekt of er redenen zijn tot het toekennen van een vrijstelling binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling. Het bevoegd personeelslid stelt de aanvrager in kennis van de beslissing. Indien de aanvraag tot vrijstelling geweigerd wordt, gebeurt deze kennisgeving met een beveiligde zending.

 

§4 Onverminderd §1, §2 en §3 kan het bevoegd personeelslid vrijstellingen ambtshalve verlenen, maar enkel voor zover het bevoegd personeelslid in het bezit is van afdoende bewijskrachtige gegevens.

 

§5 Persoonsgebonden vrijstellingen:

 

Van de belasting op leegstand zijn vrijgesteld:

 

1° De belastingplichtige die nieuwe houder geworden  is van het volledige zakelijk recht op de woning of het gebouw, komt in aanmerking voor een vrijstelling. Deze vrijstelling geldt gedurende één jaar vanaf de registratiedatum, indien de overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden in het jaar vóór de opname van de woning of het gebouw in het leegstandsregister. Indien de overdracht heeft plaatsgevonden na de opname in het leegstandsregister, geldt de vrijstelling gedurende één jaar vanaf de eerstvolgende verjaardag van de registratiedatum.

De datum van de overdracht is de datum waarop de notariële akte van verkoop verleden werd. In geval van erfopvolging is de datum van de overdracht de datum van het attest of de akte van erfopvolging.

2° De belastingplichtige die permanent in een erkende ouderenvoorziening verblijft, indien de belastingplichtige de laatste bewoner was van de leegstaande woning die de belastingplichtige als hoofdverblijfplaats gebruikte. Het verblijf wordt geattesteerd en gedateerd door de voorziening of instelling in kwestie. De vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar vanaf de registratiedatum.

 

3° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing.

Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de gerechtelijke beslissing. Indien de handelingsbekwaamheid beperkt werd in het jaar vóór de registratie van de woning of hetgebouw in het leegstandsregister, geldt deze vrijstelling gedurende een termijn van twee jaar vanaf de registratiedatum.

 

§6 Gebouwgebonden vrijstellingen:

 

Een vrijstelling wordt verleend als de woning of het gebouw:

 

1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning aangeduid werd als te onteigenen goed. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum.

 

2° Krachtens het decreet van 12 juli 2013 betreffende het Onroerend Erfgoed zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremiedossier is ingediend of waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum.

 

3° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt maximaal twee jaar vanaf de registratiedatum.

 

 4° Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt vanaf de registratiedatum.

 

5° a. Gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken en eventueel sloopwerkzaamheden. In het geval dat de omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken afgeleverd werd door het college van burgemeester en schepenen vóór de registratie van het gebouw of de woning in het leegstandsregister, bedraagt de termijn van de vrijstelling 3 jaar vanaf de registratiedatum. In de andere gevallen start de periode van vrijstellingen vanaf de verjaardag van de registratiedatum.

 

b. Gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning mits de betrokkene door middel van een renovatienota, zoals omschreven in artikel 1 lid 13, aantoont dat het een totale verbouwing betreft waarbij de woning of het gebouw wordt aangepast aan de huidige kwaliteitsnormen. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum volgend op de aanvraag van de vrijstelling met toevoeging van de volledige renovatienota.

 

4° een sociale woning is opgenomen is in een goedgekeurd renovatieplan. De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting indien de woning een sociale huurwoning is, en dit op dat de woning is opgenomen in een renovatieplanning voor sociale woningen zoals bedoeld in artikel 1 lid 15. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van maximaal 4 jaar vanaf de eerstkomende verjaardag van de registratiedatum na de goedkeuring van het renovatieplan.

 

 §7 De persoons- en gebouwgebonden vrijstellingen kunnen gecumuleerd worden. De maximale gecumuleerde termijn van de vrijstellingen wordt echter beperkt tot vier jaar.

 

§8 Er kan beroep worden ingesteld tegen de weigering van een aanvraag vrijstelling volgens de procedure vermeld in artikel 12 van dit reglement.

 

Artikel 11  - Inkohiering

 

De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

HOOFDSTUK 4 - INHOUDELIJKE BEROEPEN, FISCAAL BEZWAAR EN SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 12 - Beroep tegen de registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting

 

§1 Er kan beroep worden ingesteld tegen de beslissing tot registratie en tegen de weigering van een aanvraag schrapping of vrijstelling van de belasting. Dit beroep kan ingesteld worden bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn 30 dagen na ontvangst van de beslissing waartegen men beroep wil instellen.

 

§2 Een beroep wordt per beveiligde zending overgemaakt en bevat minimaal de volgende gegevens:

 

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de aanwijzing van de administratieve akte en van de woning of het gebouw waarop het beroep betrekking heeft;

        een of meer bewijsstukken die de grond van het beroep staven.

§3 Als het beroep ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair.

 

§4 De indiener voegt bij het beroep de overtuigingsstukken die hij nodig acht.

 

§5 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroep ingediend worden, waarbij het eerdere beroep als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§6 Het college van burgemeester en schepenen registreert elk inkomend beroep in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroep. Het college van burgemeester en schepenen heeft 90 dagen tijd om het beroep te behandelen. Het college van burgemeester en schepenen toetst de ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep is enkel onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

 

        het beroep is te laat ingediend;

        het beroep gaat niet uit van de zakelijk gerechtigde of van een persoon zoals vermeld in artikel 12§3 van dit reglement;

        het beroep is niet ondertekend;

        het beroep is niet per beveiligde zending ingediend.

§7 Als het college van burgemeester en schepenen vaststelt dat het beroep onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt

 

§8 Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§9 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. 

 

Artikel 13 - Fiscaal bezwaar tegen de belasting op leegstand

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen zijn van toepassing op dit reglement.

 

Voor de procedure inzake het indienen van een fiscaal bezwaar, is het besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2024 inzake belastingen van toepassing.

 

Artikel 14 - Slotbepalingen

 

§1 Het reglement inzake het registreren en belasten van leegstaande gebouwen en woningen voor aanslagjaren 2023-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 december 2022 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

 

§2 Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van dit reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste registratie in het leegstandsregister.

 

§3 Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden. Overeenkomstig artikel 285 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt dit belastingreglement bekendgemaakt via de gemeentelijke website en wordt een afschrift van deze beslissing overgemaakt aan de provinciegouverneur.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven - aanslagjaren 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 22 december 2022 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van de belasting op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2023-2025

 

Juridische gronden

        artikel 170, § 4 van de Grondwet

        artikel 40, § 3 en 41, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur

        het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedurevanprovincie-engemeentebelastingen,zoalsgewijzigd

        de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentelijke fiscaliteit

 

Argumentatie / motivering

        een tweede verblijf is elke privéwoning – zoals een appartement, chalet of weekendhuis – waarop niemand als hoofdverblijf is ingeschreven, maar die op elk moment door de eigenaar of huurder bewoond kan worden

        de gemeentebelasting op tweede verblijven wordt ingevoerd als compenserende heffing ter compensatie van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting. Personen die niet in de bevolkingsregisters van de gemeente zijn ingeschreven, betalen die aanvullende belasting immers niet, maar maken wél gebruik van gemeentelijke diensten en infrastructuur

        daarnaast verricht de gemeente aanzienlijke inspanningen – inzake afvalbeheer, veiligheid, onderhoud van het openbaar domein, en administratieve opvolging – voor deze niet-geregistreerde gebruikers. Daarom is het gerechtvaardigd dat ze een financiële bijdrage leveren via deze belasting

        de invoering van deze belasting kan ook een stimulans zijn om de woningen toch als hoofdverblijf in te richten

        de financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele belastingen om het financieel evenwicht te waarborgen

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst bedraagt 27.500,00 euro per jaar.

 

BESLUIT:

15 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Marc Devits (GROEN+), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
5 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG) en Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG).
 

Artikel1. - Belasting

Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een jaarlijkse gemeentebelasting geheven op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel2. Tarief

De belasting wordt vastgesteld op 1.250,00 euro per tweede verblijf per jaar. De belasting is ondeelbaar en voor het hele aanslagjaar verschuldigd. 

 

De belasting is verschuldigd per aanslagjaar en per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en is verschuldigd voor de toestand gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel3. Belastingplichtige

Debelastingplichtigeisdepersoondieop1januarivanhetaanslagjaareigenaar is van het tweede verblijf. De belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of wanneer het tijdelijk niet gebruikt wordt. De eigenaar is de belastingplichtige, ongeacht het feit of hij of zij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven.

 

In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.

 

Ingevalvanmede-eigendomzijndemede-eigenaarshoofdelijkaansprakelijkvoorde betaling van de totale belastingschuld.

 

Artikel4. Begripsomschrijving

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huur­der, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn land­huizen, bungalows, appartementen, weekend­huisjes, optrekjes en alle andere vaste woon­gelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschre­ven zijn in de kadastrale legger.

 

Artikel5. Vrijstellingen

Wordennietbeschouwdalseentweedeverblijf:

     de lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit;

     de garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij ze minstens zes maanden opgesteld bleven in het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar om als woongelegenheid te kunnen dienen of tenzij het terrein waarop de garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens zich bevinden zodanig uitgerust is met nutsleidingen dat het op elk ogenblijk kan gebruikt worden voor het inrichten van één of meerdere woongelegenheden;

     de leegstaande woongelegenheid, opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, in de Vlaamse inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen of waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij gedurende het aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar niet als tweede verblijf werd aangewend;

     een private woongelegenheid die niet aan de criteria van een minimum aan bewoonbaarheid voldoet, m.a.w. als blijkt uit onderzoek dat de woongelegenheid niet als tweede verblijf kan worden benut:

     de woning is niet stabiel/veilig genoeg;

     het ontbreken van of te minimale bemeubeling;

     sanitaire voorzieningen: het ontbreken van een goed functionerend toilet, stromend water, aansluiting op riolering;

     het ontbreken van verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een woonfunctie tot een normale temperatuur en op een veilige manier te kunnen verwarmen;

     de afwezigheid van elektriciteit om de woning te kunnen verlichten en elektrische installaties op een veilige manier te kunnen gebruiken.
 

Artikel 6. - Aangifteplicht

De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 maart van het belastbaar jaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur.

 

Het formulier voor de aangifte kan terug gevonden worden op de website van de gemeente of verkregen worden door eenvoudig verzoek. Het formulier moet behoorlijk ingevuld en ondertekend zijn, en voorzien zijn van de nodige bewijsstukken.

 

Debelastingplichtigeisvrijgesteldvanaangifteplichtindienhijvoorhetvorigjaar werd belast en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.

 

Als een woning niet langer als tweede verblijf wordt gebruikt, moet de eigenaar dat binnen dezelfde termijn en met hetzelfde aangifteformulier aangeven zoals vermeld in het eerste lid.

 

Artikel 7. – Ambtshalve inkohiering

Indien de belastingplichtige geen aangifte indient binnen de in het vorige artikel

vermelde termijn, of indien de aangifte onjuist, onvolledig of onnauwkeurig is, wordt de

belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer tot deze ambtshalve vaststelling wordt

overgegaan, ontvangt de belastingplichtige van het college van burgemeester en schepenen

een aangetekend schrijven met:

        de motieven voor het gebruik van deze procedure,

        de elementen waarop de aanslag is gebaseerd,

        de wijze van bepaling van deze elementen, en

        het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de verzenddatum van

deze kennisgeving om schriftelijk opmerkingen in te dienen.

 

De ambtshalve vaststelling kan slechts worden ingekohierd gedurende drie jaar vanaf 1

januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de

belastingverordening met bedrieglijk opzet of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

De ambtshalve vastgestelde belasting wordt verhoogd als volgt:

        bij een eerste overtreding van de aangifteplicht (artikel 6): verhoging met 50% van de verschuldigde belasting;

        vanaf een tweede overtreding: verhoging met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.

Het bedrag van deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.

 

Artikel8. Aangestelde personeelsleden inzake vaststellingen

De overtredingen vermeld in artikel 7, eerste lid, worden vastgesteld door personeelsleden die hiervoor speciaal zijn aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht, behoudens tegenbewijs.

 

Artikel9.- Inkohiering

De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat door het college van burgemeester en schepenen wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard.

 

Artikel10.- Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete. Het bezwaar moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, binnen drie maanden na de ontvangst van het aanslagbiljet, overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar kan per post of via een door de gemeente toegelaten digitaal kanaal kan worden ingediend.

Indien de indiener wenst te worden uitgenodigd op de hoorzitting, moet dit uitdrukkelijk in het

bezwaarschrift worden vermeld.

 

Artikel 11. – Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1

januari 2026. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentelijk belastingreglement inzake integraal waterbeleid: belasting op het niet-realiseren van de maximale afkoppeling van hemelwater en op de niet-correcte lozing van hemel- en afvalwater - aanslagjaren 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 20 december 2018 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van het belastingreglement 2019-2025 op het niet-realiseren van de maximale afkoppeling van hemelwater en de correcte lozing van hemelwater en afvalwater afkomstig van gebouwen, bij een bestaand openbaar rioleringsstelsel, bij de aanleg van een openbaar gescheiden rioleringsstelsel of bij het plaatsen van een individuele waterzuiveringsinstallatie van afvalwater (IBA) bij een woning

        de besluiten van 24 oktober 2013 van de gemeenteraad houdende goedkeuring:

        van het reglement betreffende de maximale afkoppeling van hemelwater en de lozing van hemel- en afvalwater, afkomstig van gebouwen, bij de aanleg van een openbare riolering, de plaatsing en beheer van individuele behandelingsinstallatie van afvalwater (IBA) bij een woning - de keuring en het toezicht op de waterafvoer (hierna afkoppelingsreglement individuele zuivering genoemd)

        van het afkoppelingsreglement collectieve zuivering

        van de overeenkomst tussen de gemeente en de eigenaar inzake afkoppeling van hemelwater, de lozing van hemelwater en afvalwater afkomstig van gebouwen, bij de aanleg van een openbaar gescheiden rioleringsstelsel (vanaf heden afkoppeling van regen- en afvalwater op privaat domein)

 

Juridische gronden

        artikel 170, § 4 van de Grondwet

        artikel 40, § 3 en 41, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur

        het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd

         het besluit van 1 juni 1995 van de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), inzonderheid artikel 6.2

        het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid

        omzendbrief van 15 februari 2019 KB/ABB 2019/2 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen van de gemeentefiscaliteit

 

Argumentatie / motivering

        wanneer hemelwater (regenwater in al zijn vormen) rechtstreeks in de riolering terechtkomt, wordt het afvalwater verdund. Door regenwater (hemelwater) maximaal af te koppelen, vermindert het risico op overbelasting van rioolsystemen. Hierdoor stijgt de zuiveringsefficiëntie en daalt de ecologische en economische kost van watertransport en -zuivering

        wanneer regenwater wordt hergebruikt, geïnfiltreerd of richting waterlopen geleid, draagt dit bij tot bodemherstel en klimaatadaptatie tegen droogte en overstromingsrisico’s

        de gemeente Roosdaal investeert fors in de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels. Maximale afkoppeling is vaak voorwaarde voor Vlaamse subsidies bij gescheiden rioleringswerken. De belasting ondersteunt zo de realisatie én opvolging van deze investeringen. Niet-conforme private aansluitingen moeten dus worden weggewerkt opdat de gemeente de beloofde subsidies kan ontvangen

        via een belasting op de maximale afkoppeling van hemelwater op privé domein kan het bestuur druk leggen bij de private huishoudens of bedrijfsvestigingen om de noodzakelijke werken uit te voeren

       de inkomsten uit deze belasting dienen te worden aangewend voor het beheer van het gemeentelijk rioleringsstelsel en aanverwante ingrepen met betrekking tot buffering en infiltratie van hemelwater

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder beleidsveld 0020-00 - fiscale aangelegenheden. De geraamde ontvangst bedraagt 5.000 euro jaarlijks.

 

BESLUIT:

15 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Marc Devits (GROEN+), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
5 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG) en Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG).
 

Artikel 1. – Belasting

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd in de volgende gevallen:

a) Het niet of niet-optimaal afkoppelen van hemelwater en afvalwater op privaat terrein, of de afwezigheid van een conform keuringsattest, naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel binnen een door het lokaal bestuur goedgekeurd afkoppelingsproject. Dit gebeurt op verzoek van de milieutoezichthouder, na aanmaning en proces-verbaal betreffende de verplichte aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel.

b) In de gevallen omschreven in artikel 2, binnen de gebieden die door de gemeente zijn afgebakend als afkoppelingsprojecten. Onder afkoppelingsprojecten wordt verstaan:

        de afkoppeling van hemelwater;

        de aansluiting of heraansluiting van private lozingen bij aanleg van een openbaar gescheiden rioleringsstelsel;

        de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA);

c) private lozingen in de natuur bij aanwezigheid van een openbaar rioleringsstelsel, wanneer deze kaderen in een globale visie over de riolering van een straat.

 

Artikel 2. – Toepassingsgebied

De belasting is per gebouw van toepassing wanneer:

        opgelegde verplichtingen inzake individuele of collectieve zuivering niet binnen 1 jaar na het proces-verbaal van ingebrekestelling door de milieutoezichthouder zijn uitgevoerd of er geen conform keuringsattest aanwezig is;

        een eigenaar/huurder heeft aangegeven de afkoppelingswerken zelf uit te voeren, maar deze niet binnen 1 jaar na het proces-verbaal van ingebrekestelling door de milieutoezichthouder heeft gerealiseerd of er geen conform keuringsattest aanwezig is.

 

Artikel 3. – Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die op het moment van het proces-verbaal van ingebrekestelling geheel of gedeeltelijk eigenaar is van de woongelegenheid, gebouw of parking dat niet conform de voorschriften is afgekoppeld.

 

In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de

betaling van de totale belastingschuld.

 

Wanneer het betreffende goed wordt verkocht, dan zal de belastingplicht overgaan naar de nieuwe eigenaar vanaf de datum van akte, volgens artikel 4, derde lid van dit reglement.

 

Artikel 4. – Tarief

Het bedrag van de belasting bedraagt 2.500 euro per jaar, te verrekenen per maand zolang de opgelegde verplichting niet is uitgevoerd.

 

De belasting eindigt op de eerste dag van de maand waarin de belastingplichtige een gunstig keuringsattest overmaakt aan het college van burgemeester en schepenen, bevestigd door de toezichthoudende ambtenaren.

 

Bij verkoop van het betreffende goed, zal de oude eigenaar de belasting nog verschuldigd zijn voor de maand waarin de akte van verkoop werd verleden. De maand volgend op de datum van de akte van verkoop wordt belast aan de nieuwe eigenaar.

 

Artikel 5. – Inkohiering

De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat door het college van burgemeester en schepenen wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard.

 

Artikel 6. - Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete. Het bezwaar moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, binnen drie maanden na de ontvangst van het aanslagbiljet, overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen. Het bezwaar kan per post of via een door de gemeente toegelaten digitaal kanaal kan worden ingediend.

Indien de indiener wenst te worden uitgenodigd op de hoorzitting, moet dit uitdrukkelijk in het

bezwaarschrift worden vermeld.

 

Artikel 7. –  Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentefinanciën: meerjarenplan 2026-2031 - vaststelling

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        de financiële commissie van 11 december 2025 waarop het voorontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 werd voorgesteld

 

Juridische gronden

        het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen

        het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale bes

        de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 van de Vlaamse Regering betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheercyclus

 

Argumentatie / motivering

        het meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en bijbehorende documentatie

        het ontwerp van het meerjarenplan is financieel in evenwicht aangezien:

        het beschikbaar budgettair resultaat per financieel boekjaar groter is dan of gelijk aan nul

        de autofinancieringsmarge van het laatste financiële boekjaar waarop de financiële nota van het meerjarenplan betrekking heeft, 2031, groter dan of gelijk is aan nul

 

Adviezen

        het gunstig advies van 2 december 2025 van het managementteam

 

BESLUIT:

12 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal) en Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal).
8 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA), Jean Timmermans (ANDERS), Marc Devits (GROEN+), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG), Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
 

Artikel 1. - De samenstelling van de beleidsdomeinen, zoals opgenomen in de bijbehorende documentatie van het meerjarenplan 2026-2031, wordt goedgekeurd.

 

Artikel 2. - De gemeenteraad neemt kennis van de vaststelling van het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 van OCMW Roosdaal.

 

Artikel 3. - Het meerjarenplan 2026-2031 maakt integraal deel uit van dit besluit met de volgende resultaten:

 

Beschikbaar budgettair resultaat

Autofinancieringsmarge

2026

9.456

2026

155.071

2027

54.894

2027

323.210

2028

85.158

2028

446.284

2029

37.761

2029

472.609

2030

996.072

2030

240.100

2031

670.119

2031

182.656

 

Artikel 4. - Het deel gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Roosdaal wordt vastgesteld.

 

Artikel 5. - De gemeenteraad keurt het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 van OCMW Roosdaal goed. Hierdoor is het beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Gemeentefinanciën: toekenning nominatieve subsidies 2026

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 18 december 2025 van de gemeenteraad waarbij het meerjarenplan 2026-2031 werd vastgesteld

        op vraag van het Agentschap Binnenlands Bestuur worden de dotaties aan de verbonden entiteiten toegevoegd aan de lijst van nominatieve toelagen

        de gesprekken met het centraal kerkbestuur over de meerjarenplannen 2026-2031 zijn nog niet afgerond. Hierdoor kunnen de werkingsbijdragen van de kerkfabrieken nog niet worden opgenomen in de lijst van de nominatieve toelagen

 

Juridische gronden

        het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 41 §2 23° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad inzake het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies

        het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

        de omzendbrief KB/ABB 2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

 

 

Financiële weerslag / visum

De financiële weerslag van dit besluit werd voorzien in het meerjarenplan 2026-2031. De ramingen voor de uitbetaling van de nominatieve subsidies zijn opgenomen onder de respectievelijke beleidsvelden.

 

BESLUIT:

18 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), Kristof Cooreman (N-VA), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Marc Devits (GROEN+), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
2 onthoudingen: Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG) en Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG).
 

Artikel 1. - Voor 2026 worden volgende nominatieve toelagen goedgekeurd:

 

Beleidsveld

 

Omschrijving

Bedrag

 

Nominatieve toelagen:

 

 

 

0390 - Overige milieubescherming

Toelage Natuurpunt

250,00

0390 - Overige milieubescherming

Toelage WBE Dendervallei West-Pajottenland

250,00

0490 - Overige elementen van openbare orde en veiligheid

Toelage buurtinformatienetwerken (BIN)

1.000,00

0709 - Overige culturele instellingen

Toelage Cultuurraad Roosdaal

11.500,00

0709 - Overige culturele instellingen

Toelage aan erfgoed Rausa vzw voor gebruik infrastructuur Koetshuis

3.000,00

0709 - Overige culturele instellingen

Toelage aan Fotografenvereniging Roosdaal

800,00

0740 - Sportsector- en verenigingsondersteuning

Werkingstoelage Roosdaalse sportraad vzw

5.500,00

0750 - Jeugdsector- en verenigingsondersteuning

Toelage aan jeugdhuis Splinter voor gebruik infrastructuur Koetshuis

6.000,00

0985 - Gezondheidspromotie en ziektepreventie

Toelage Samana Pamel

125,00

0985 - Gezondheidspromotie en ziektepreventie

Toelage Samana Ledeberg

125,00

0985 - Gezondheidspromotie en ziektepreventie

Toelage Samana O.L.V.-Lombeek

125,00

0985 - Gezondheidspromotie en ziektepreventie

Toelage Ziekenzorg Strijtem

125,00

0986 - Eerstelijnsgezondheidszorg

Nominatieve toelage Huisartsenkring Pajottenland vzw

900,00

 

Bijdragen aan verbonden entiteiten:

 

 

 

0400 - Politiediensten

Werkingsbijdrage aan de politiezone TARL

1.762.535,74

0400 - Politiediensten

Investeringstoelage aan de politiezone TARL

70.315,00

0410 - Brandweer

Werkingsbijdrage hulpverleningszone Vlaams-Brabant West

767.734,38

0410 - Brandweer

Investeringstoelage hulpverleningszone Vlaams-Brabant West

69.193,21

0629 - Overig woonbeleid

Bijdrage aan interlokale vereniging "Regionaal Woonbeleid Noord-Pajottenland"

81.099,00

0705 - Gemeenschapscentrum

Prijssubsidies AGB Roosdaal (GC Het Koetshuis)

60.685,00

0742 - Sportinfrastructuur

Prijssubsidies AGB Roosdaal (kunstgrasveld en kleedkamers 't Sportvlot)

254.400,00

0820 - Deeltijds kunstonderwijs

Werkingsbijdrage Stedelijke academie voor muziek, woord en dans Ninove

67.800,00

0820 - Deeltijds kunstonderwijs

Werkingsbijdrage tekenacademie Liedekerke (ABAK)

5.000,00

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Aanpassing van de kalender van de vakanties en verlofdagen van het gemeentelijk basisonderwijs Triangel Pamel en Triangel Strijtem/Lombeek voor het schooljaar 2025-2026

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        ten laatste 15 juni vóór aanvang van het volgende schooljaar legt de school de facultatieve vakantiedagen en de pedagogische studiedagen vast

        pas in september 2025 kwam de goedkeuring van AgODi tot de organisatie van een bijkomende pedagogische studiedag

        deze zou georganiseerd worden op 8 mei 2026

 

Juridische gronden

        het besluit van 17 april 1991 van de Vlaamse regering tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap

 

Adviezen

        de schoolraad van 9 oktober 2025

        het afzonderlijk bijzonder overlegcomité van 8 december 2025

 

BESLUIT:

17 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Marc Devits (GROEN+), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG), Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
3 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA) en Kristof Cooreman (N-VA).
 

Enig artikel - De kalender der schoolvakanties en verlofdagen van het gemeentelijk basisonderwijs voor het schooljaar 2025-2026 wordt als volgt vastgesteld:

 

Hervatting van de lessen: maandag 1 september 2025

 

Herfstvakantie:

        Van maandag 27 oktober 2025 tot en met zondag 2 november 2025

 

Vrije dagen van het eerste trimester:

        Wapenstilstand: dinsdag 11 november 2025

 

Kerstvakantie:

        Van maandag 22 december 2025 tot en met zondag 4 januari 2026

 

Krokusvakantie:

        Van maandag 16 februari 2026 tot en met zondag 22 februari 2026

 

Paasvakantie:

        Van maandag 6 april 2026 tot en met zondag 19 april 2026

 

Vrije dagen van het derde trimester:

        Vrijdag 1 mei 2026 (Dag van de Arbeid)

        Donderdag 14 mei 2026 (Hemelvaartsdag)

        Vrijdag 15 mei 2026 ( dag na Hemelvaart)

        Maandag 25 mei 2026 (Pinkstermaandag)

 

Facultatieve vrije dagen:

        Maandag 10 november 2025

        Vrijdag 30 januari 2026

 

Pedagogische studiedagen:

        Woensdag 15 oktober 2025

        Woensdag 26 november 2025

        Woensdag 4 maart 2026

        Vrijdag 8 mei 2026

 

De lessen eindigen op dinsdag 30 juni 2026 om 12 uur.

De school voorziet opvang.

 

Datum infoavond

 

        Dinsdag 9 september 2025

 

Data rapporten en oudercontacten

Kleuters

        Donderdag 23 oktober 2025

        Donderdag 26 februari 2026

        Donderdag 11 juni 2026

 

Lagere school

 

Rapporten

Oudercontacten

Herfstrapport: donderdag 23 oktober 2025

Donderdag 6 november 2025

Winterrapport: donderdag 29 januari 2026

Donderdag 5 februari 2026

Lenterapport: donderdag 2 april 2026

Donderdag 23 april 2026

Zomerrapport: maandag 29 juni 2026 afhalen tussen 16 uur en 17 uur

 

 

Data Vlaamse toetsen 2026

4de leerjaar:

        Maandag 04 mei 2026

        Donderdag 07 mei 2026

 

6de leerjaar:

        Maandag 27 april 2026

        Maandag 11 mei 2026

 

Data openluchtklassen 2e en 3e graad

Strijtem en Lombeek:

        Sportklassen van maandag 16 maart tot vrijdag 20 maart 2025

 

Pamel:

        Bosklassen van dinsdag 26 mei tot vrijdag 29 mei 2025

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Triangel - Samenwerkingsovereenkomst Stichting Koningin Paola - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        een kennismakingsgesprek met Stichting Pelicano en gemeentelijke basisscholen Triangel Pamel en Triangel Strijtem/O.L.V.-Lombeek op 5 december 2024

        het besluit van de gemeenteraad van 6 november 2025 houdende goedkeuring van de samenwerking met Stichting Pelicano

        de mail van Stichting Pelicano van 2 december 2025 dat de Stichting Pelicano gefusioneerd is met de Stichting Koningin Paola

 

Juridische gronden

        het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Argumentatie / motivering

        Triangel Pamel en Triangel Strijtem/O.L.V.-Lombeek worden in stijgende mate geconfronteerd met kinderen die door financiële tekorten in hun gezin een ernstig zorgwekkende sociale achterstand kennen in vergelijking met kinderen die geen dergelijke financiële nood kennen

        door het geven van  financiële steun is het doel de cyclus van armoede en generatievernieuwing te doorbreken, d.w.z. ervoor te zorgen dat armoede niet van generatie op generatie in gezinnen overgaat. Financiële steun kan worden toegekend tot de jongere 18 jaar oud is. Zelfs na de leeftijd van 18 jaar  indien noodzakelijk

        de rol van de sociale partner-zorgpartner, in dit geval Triangel Pamel en Triangel Strijtem/O.L.V.-Lombeek staat centraal in de werking van Stichting Koningin Paola. De school treedt op als tussenpersoon tussen de familie en Stichting Koningin Paola. De school is het die het gezin helpt om de behoeften van het kind te beoordelen, de situatie te analyseren en de relevante elementen te bepalen die aan  Stichting Koningin Paola moeten worden doorgegeven. De school is ook verantwoordelijk voor de correcte administratieve en financiële opvolging van het dossier

        na het afsluiten van de samenwerkingsovereenkomst, kan de school mits toestemming van het gezin een kind voordragen aan de sociale commissie, die beslist of het kind in aanmerking komt voor financiële steun

        de Stichting Koningin Paola kan een zorgbudget van 1000,00 euro per jaar voorzien op een rekening waar de zorgpartner, in dit geval de school, een volmacht op krijgt. Met dit budget kunnen vb. schoolfacturen, medische kosten, schoolmateriaal, en meer voor het betreffende kind betaald worden. Het gezin zelf heeft geen toegang tot deze rekening.

        door de recente fusie met de Stichting Koningin Paola bestaat de "Stichting Pelicano" juridisch gezien niet meer, waardoor de vorige samenwerkingsovereenkomst zijn rechtsgeldigheid heeft verloren.

 

BESLUIT:

Met éénparigheid van stemmen.
 

 

Enig artikel - De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeentelijke basisscholen Triangel Pamel en Triangel Strijtem/O.L.V.-Lombeek en de Stichting Koningin Paola goed zoals volgt:

 

                                                                   --------------------

 

 

 

 

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST

 

 

 

Tussen :

 

 

  1. Stichting Koningin Paola -  maatschappelijke zetel

Louizalaan 367 1050 Brussel , ondernemingsnummer BE 0418.089.301

 

Vertegenwoordigd door : Dhr. Christiaan Hoorne, CFO – lid Raad van Bestuur Stichting Koningin Paola

 

 

 

En

 

  1. Zorgpartner: 

 

Het schoolbestuur van gemeentelijke basisscholen Triangel Pamel en Triangel Strijtem/O.L.V.-Lombeek, "Lokaal bestuur Roosdaal" met maatschappelijke zetel te Brusselstraat 15, 1760 Roosdaal; ondernemingsnummer BE 0207 515 365    

 

    Vertegenwoordigd door :

 

Mevr. Emma Van der Maelen, algemeen directeur

Dhr. Dirk Evenepoel, voorzitter gemeenteraad

 

 

Verwijzen naar onze website www.pelicano.be

 

 

De overeenkomst :

 

  1. De zorgpartner bezorgt het volledig ingevuld en genaamtekend bijgevoegd aanmeldingsdocument  – word document.

 

  1. De zorgpartner moet bij de aanmelding rekening houden met volgende 6 basisbehoeften/criteria:

 

        Voeding

        Kledij

        Onderwijs

        Hygiëne

        Medische zorg

        Vrije tijd-sport-cultuur

  1. Alle partijen verklaren zich strikt te houden aan de relevante regelgeving inzake privacy en GDPR-wetgeving

 

  1. De steun betreft een jaarlijkse afgebakende financiële tegemoetkoming tot de leeftijd van 18 jaar, de zorgbijdrage. Wanneer de zorgbijdrage na de leeftijd van 18 jaar nog noodzakelijk blijft, kan deze uitzonderlijk worden toegestaan.

 

  1. Betreffende de zorgbijdrage gelden volgende criteria:

 

-deze zullen uitsluitend en rechtstreeks het kind/de jongere tegemoet komen en tot voordeel strekken, met uitsluiting van zijn onmiddellijke of ruime omgeving

-deze zullen worden besteed in volgorde van de volgende prioriteiten: aan medische of lichamelijke noden, aan educatieve noden, aan sociale noden.

-deze zullen rechtstreeks aan de dienstverlener, zonder tussenkomst van het kind/de jongere of derden worden betaald

 

  1. De zorgpartner beheert de zorgbijdrage op een effectieve en efficiënte wijze volgens het principe van “de goede huisvader/moeder”.

 

  1. De zorgpartner dient 2X/jaar ( juni en december) verantwoording af te leggen betreffende de uitgaven van het zorgbudget. Dit gebeurt aan de hand van de bijgeleverde “rekenbladen” die strikt en correct dienen ingevuld te worden.

 

  1. De Stichting Koningin Paola kan niet hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het beheer en/of misbruiken van het toegekende zorgbudget.

 

  1. De zorgpartner zal tijdig berichten wanneer een jongere die geniet van een zorgbudget van school, instelling of organisatie verandert of definitief verlaat.

 

  1. In dit samenwerkingovereenkomst vragen we u of u ermee instemt om publiekelijk als partner te worden geïdentificeerd. Ja.

 

  1. Bij niet naleven van de intentieverklaring kan de Stichting Koningin Paola eenzijdig de samenwerking opzeggen.

 

  1. Partijen duiden beiden hun bemiddelaars/vertegenwoordigers aan die gelast zijn met de opvolging van en controle over de uitvoering van onderhavige overeenkomst, die door mede deze overeenkomst te ondertekenen, aanvaarden :

 

 

Voor Stichting Koningin Paola

 

            ………………………………………………….

 

Voor de zorgpartner

 

            Mevr. Emma Van der Maelen, algemeen directeur

Dhr. Dirk Evenepoel, voorzitter gemeenteraad

 

 

 

 

  1. In geval van geschillen nopens de interpretatie of uitvoering van onderhavige overeenkomst is het Belgisch recht van toepassing en zijn de Belgische rechtbanken bevoegd.

 

 

 

 

 

Aldus opgemaakt in zoveel exemplaren als er partijen zijn die door overtekening erkennen een exemplaar te hebben ontvangen,

 

te Roosdaal op 18 december 2025

 

 

 

 

 

     

 

Partij enerzijds                                                                                   Partij anderzijds

 

 

Stichting Koningin Paola                                                                  Zorgpartner

 

 

 

 

--------------------

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Agb Roosdaal: statutenwijziging - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 31 augustus 2007 van de gemeenteraad houdende oprichting en statuten van Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal

        het besluit van 9 juni 2020 van de raad van bestuur houdende voorstel van statutenwijziging van AGB Roosdaal

        het besluit van 25 juni 2020 van de gemeenteraad houdende goedkeuring van statutenwijziging van AGB Roosdaal

 

Juridische gronden

        het decreet van 22 december 2017 betreffende het lokaal bestuur, inzonderheid de artikelen 232 en 233

 

Argumentatie / motivering

        in het kader van de evaluatie van de verzelfstandiging werden de statuten onderworpen aan een grondige analyse

        de bevindingen zoals opgenomen in bijgevoegd analyserapport

        een wijziging van de statuten gebeurt op voorstel van de raad van bestuur, de gemeenteraad keurt het voorstel al dan niet goed

 

Adviezen

        het besluit van 16 december 2025 van de raad van bestuur houdende voorstel van statutenwijziging van AGB Roosdaal

 

BESLUIT:

16 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jean Timmermans (ANDERS), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal), Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG), Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
4 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA) en Marc Devits (GROEN+).
 

Artikel 1. - De gemeenteraad keurt onderstaande gecoördineerde versie van de statuten van AGB Roosdaal goed:

 

--------------------

 

STATUTEN

Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal

 

Het bedrijf is onderworpen aan de artikelen 225 tot en met 244 van het decreet van 22 december 2017 betreffende het lokale bestuur, aan de andere toepasselijke wetten, decreten en besluiten, en aan deze statuten voor zover zij niet van voornoemde regelen afwijken.

 

HOOFDSTUK I: NAAM – ZETEL – DOEL – DUUR

 

Artikel 1. - Vorm en naam

Het autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid draagt de naam Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal, afgekort AGB Roosdaal.

 

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal verwerft rechtspersoonlijkheid vanaf de dag van de oprichtingsbeslissing door de gemeenteraad.

 

Artikel 2. - Zetel

De zetel van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal is gevestigd in het administratief centrum, Brusselstraat 15 te 1760 Roosdaal.

 

Artikel 3. - Doel

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal heeft als doel de exploitatie van infrastructuren bestemd voor sport, recreatieve, culturele, gemeenschapsvormende, vormings- en administratieve activiteiten alsmede het beheer van een deel van het onroerend goed van de gemeente Roosdaal.

 

Vanuit haar taak voor de beleidsuitvoering kan het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal ook betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding.

 

Artikel 4. - Bevoegdheden

§ 1. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel, over de verwerving, de aanwending en de vervreemding van de lichamelijke en onlichamelijke goederen, over de vestiging of de opheffing van de zakelijke rechten op die goederen, alsook over de uitvoering van dergelijke beslissingen en de financiering ervan.

 

§ 2. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal kan, om de doelstellingen te realiseren, alle handelingen stellen, zo onder meer het verwerven van onroerende goederen, de vorming van zakelijke rechten, de bouw, de renovatie, de verbouwing, het verhuren of de financieringshuur van onroerende goederen met het oog op de verkoop, de verhuur, de financieringshuur of andere juridische handelingen betreffende deze onroerende goederen.

 

 § 3. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal kan, op voorwaarde van bijzondere en omstandige motivering, zakelijke rechten vestigen op openbare domeingoederen voor zover die rechten niet kennelijk onverenigbaar zijn met de bestemming van die goederen.

 

§ 4. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal kan andere rechtspersonen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen, als dat past in zijn opdrachten. De oprichting, deelname of vertegenwoordiging mag geen speculatieve oogmerken nastreven en gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving over mededinging en staatssteun en de voorwaarden bepaald in de beheersovereenkomst. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging toont aan dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan. De deelname is onderworpen aan de voorwaarde dat aan AGB Roosdaal minstens een mandaat van bestuurder wordt toegekend.

 

§ 5. Het Autonoom Gemeentebedrijf kan door de Vlaamse Regering gemachtigd worden om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen.

 

§ 6. Met behoud van de toepassing van andere wettelijke en decretale bepalingen, mag het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal zijn taken van gemeentelijk belang noch geheel, noch gedeeltelijk overdragen aan andere rechtspersonen.

 

§ 7. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal is onderworpen aan de verplichtingen in het kader van de formele motivering en openbaarheid van bestuur die gelden voor de gemeente.

Artikel 5. - Duur

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal wordt opgericht voor onbepaalde duur.

 

Artikel 6. - Beleids- en samenwerkingsovereenkomsten

§ 1. Tussen de gemeente en het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal wordt na onderhandeling een beheersovereenkomst gesloten. Bij het onderhandelen over de beheersovereenkomst wordt de gemeente vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen en het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal door de raad van bestuur.

 

Onder voorbehoud van de mogelijkheid tot verlenging, wijziging, schorsing en ontbinding wordt de beheersovereenkomst gesloten voor een periode die eindigt uiterlijk zes maanden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad.

 

§ 2. Als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd. Als geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden binnen één jaar na deze verlenging, of als een beheersovereenkomst werd ontbonden of geschorst, kan de gemeente na overleg met het bedrijf voorlopige regels vaststellen inzake de in de beheersovereenkomst bedoelde aangelegenheden. Die voorlopige regels zullen als beheersovereenkomst gelden tot op het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst in werking treedt.

 

§ 3. De beheersovereenkomst en de uitvoering ervan worden jaarlijks geëvalueerd door de gemeenteraad.

 

§ 4. De gemeente en het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal nemen de nodige initiatieven, minstens via een webtoepassing van de gemeente, voor de openbaarheid van de beheersovereenkomst, inclusief alle wijzigingen ervan.

 

§ 5. De beheersovereenkomst regelt minstens de volgende aangelegenheden:

1. de concretisering van de wijze waarop het bedrijf zijn taken moet vervullen en van de doelstellingen ervan;

2. de toekenning van middelen voor de eigen werking en de uitvoering van de doelstellingen van het bedrijf;

3. binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van het bedrijf worden toegekend;

4. de voorwaarden waaronder eigen inkomsten of andere financieringen mogen worden verworven en aangewend;

5. de wijze waarop de tarieven voor de geleverde prestaties door de raad van bestuur vastgesteld en berekend worden;

6. de gedragsregels inzake dienstverlening door het bedrijf;

7. de voorwaarden waaronder het bedrijf andere personen kan oprichten, erin kan deelnemen of zich erin kan laten vertegenwoordigen;

8. de informatieverstrekking door het bedrijf aan de gemeente;

9. de wijze waarop het bedrijf zal voorzien in een systeem van interne controle;

10. de maatregelen bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen uit hoofde van de beheersovereenkomst en de bepalingen inzake beslechting van geschillen die rijzen bij de uitvoering van de beheersovereenkomst;

11. de omstandigheden waarin en de wijze waarop de beheersovereenkomst kan worden verlengd, gewijzigd, geschorst en ontbonden.

 

§ 6. Naast deze beheersovereenkomst, kunnen het bedrijf en de gemeente één of meer concessie-, beleids-, samenwerkings- of andere overeenkomsten of convenanten sluiten met betrekking tot het onderling afstemmen van het beleid van de gemeente en dat van het bedrijf in de relevante beleidsdomeinen en de ermee verbonden activiteiten. Omtrent het beheer van onroerende goederen kunnen het bedrijf en de gemeente één of meer lastgevingsovereenkomsten sluiten.

 

§ 7. Elk gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap legt in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheersovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. De gemeenteraad of een gemeenteraadscommissie waakt over de afstemming van het beleid van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal op het gemeentelijk beleid.

 

§ 8. De gemeenteraad kan aan het bedrijf middelen, infrastructuur of, mits naleving van de terzake geldende rechtspositieregeling personeel ter beschikking stellen of overdragen.

 

§ 9. Het bedrijf onderhandelt en contracteert met alle bevoegde instanties zowel op internationaal, Europees, federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal, gemeentelijk en districtsniveau over investeringen, financiële tussenkomsten en alle andere aangelegenheden die zijn doelstellingen raken.

 

HOOFDSTUK II: STRUCTUUR

 

Artikel 7. - Bestuursorganen Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal wordt beheerd door een directiecomité en een raad van bestuur. Er zijn geen andere bestuursorganen met beslissingsbevoegdheid dan de raad van bestuur en het directiecomité.

 

DE RAAD VAN BESTUUR

 

Artikel 8. - Samenstelling raad van bestuur

§ 1. De raad van bestuur is samengesteld uit maximaal 10 leden, die door de gemeenteraad worden benoemd. Ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur is van hetzelfde geslacht. De leden van de raad van bestuur worden benoemd door de gemeenteraad. Elke fractie kan minstens één lid van de raad van bestuur voordragen en dit voordrachtrecht waarborgt elke fractie een vertegenwoordiging in de raad van bestuur.

 

Als de gewaarborgde vertegenwoordiging evenwel afbreuk zou doen aan de mogelijkheid voor de fracties die vertegenwoordigd zijn in het college van burgemeester en schepenen om minstens de helft van de leden van de raad van bestuur voor te dragen wordt er gewerkt met gewogen stemrecht binnen de groep van bestuurders die de fracties voorgedragen hebben.

 

§ 2. Het mandaat van lid van de raad van bestuur is hernieuwbaar. De gemeenteraad kan de leden van de raad van bestuur op elk moment ontslaan. Na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt tot volledige vernieuwing van de raad van bestuur overgegaan. In dat geval blijven de leden van de raad van bestuur in functie tot de nieuwe gemeenteraad hen vervangt.

 

§ 3. De raad van bestuur kiest uit zijn leden een voorzitter die deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen van de oprichtende gemeente.

 

§ 4. De volgende personen kunnen niet worden voorgedragen of aangewezen als bestuurder in het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal:

1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct van de gouverneur van de provincie VlaamsBrabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunctarrondissementscommissarissen als het gemeentelijke extern verzelfstandigd agentschap gevestigd is in hun ambtsgebied;

2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;

3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de gemeente toe behoort die het gemeentelijke extern verzelfstandigd agentschap heeft opgericht of die erin deelneemt;

4° de personen die op commerciële wijze of met een winstoogmerk activiteiten uitoefenen in dezelfde beleidsdomeinen als het agentschap en waarin het agentschap niet deelneemt, alsook de werknemers en de leden van een bestuurs- of controleorgaan van die personen; 5° de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een functie uitoefenen, gelijkwaardig aan een ambt of een functie als vermeld in dit artikel, en de personen die in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.

 

Artikel 9. - Bestuurders – termijn en einde mandaat

§ 1. Alle mandaten vallen samen met de duur van een gemeentelijke legislatuur. In elk geval worden de mandaten in de verschillende organen van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal of haar filialen beëindigd op de eerste vergadering van de raad van bestuur die volgt op de installatie van de gemeenteraad.

 

§ 2. De gemeenteraad kan te allen tijde, eigenmachtig en soeverein een bestuurder ontslaan, zonder enige vergoeding te voorzien of te betalen.

 

§ 3. Een lid van de raad van bestuur kan zijn mandaat opzeggen door kennisgeving via aangetekend schrijven aan de gemeenteraad dat zijn ontslag uitdrukkelijk moet aanvaarden. Tenzij het ontslagnemende lid daardoor zelf een aanmerkelijke schade mocht lijden die niet louter financieel van aard is, volbrengt hij zijn mandaat tot de eerstvolgende gemeenteraad die volgt op de kennisgeving. Met aanmerkelijke schade wordt bedoeld een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat elke verdere uitvoering van het mandaat aan het betrokken lid zou berokkenen.

 

§ 4. Indien de raad van bestuur beslist dat het ontslagnemende lid een aanmerkelijke schade zou lijden indien hij zijn mandaat zou verder zetten tot de eerstvolgende gemeenteraad, voorziet de raad van bestuur zelf voorlopig in de vacature tot de eerstvolgende gemeenteraad die volgt op de kennisgeving.

 

§ 5. Bij overlijden, kennelijk onvermogen, faillissement of onbekwaamverklaring van een lid van de raad van bestuur, eindigt diens mandaat en kan de raad van bestuur voorlopig zelf voorzien in de vacature tot de gemeenteraad de definitieve benoeming doet.

 

Artikel 10. - Bestuurders – vergoeding

Het mandaat van de leden van de raad van bestuur is onbezoldigd. Nochtans kan hen een presentiegeld of een andere vergoeding worden toegekend. De gemeenteraad bepaalt het bedrag van het presentiegeld en andere vergoedingen die worden toegekend, binnen de limieten en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering.

 

Artikel 11. - Voorzitterschap

De raad van bestuur kiest onder zijn leden een voorzitter. Daarnaast wijst de raad van bestuur een secretaris aan. De nadere modaliteiten betreffende de hoedanigheid en de vervanging van de secretaris worden bepaald in het huishoudelijk reglement.

 

Artikel 12. - Vergaderingen van de raad van bestuur

De raad van bestuur wordt bijeengeroepen door de voorzitter of door vier bestuurders telkens de belangen van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal het vereisen, maar tenminste 2 maal per boekjaar.

 

De vergaderingen van de raad van bestuur zijn niet openbaar.

 

De oproepingen vermelden plaats, datum, uur en agenda van de vergadering en worden tenminste vijf werkdagen voor de vergadering op digitale wijze (mail of via de vergadertoepassing) of schriftelijk verzonden.

 

Artikel 13. - Beraadslagingen

§ 1. De raad van bestuur beraadslaagt in principe op de zetel van het Autonoom Gemeentebedrijf. De nadere regeling inzake vergaderplaats wordt bepaald in het huishoudelijk reglement.

 

§ 2. De raad van bestuur wordt voorgezeten door de voorzitter. Indien de voorzitter verhinderd is, wordt de raad van bestuur voorgezeten door een bestuurder die door de voorzitter daartoe werd aangeduid. Indien geen vervangende voorzitter werd aangeduid zal de oudste in leeftijd, aanwezige bestuurder de raad van bestuur voorzitten.

 

De regelmatigheid van de bijeenroeping kan niet worden betwist als alle bestuurders aanwezig of regelmatig vertegenwoordigd zijn.

 

§ 3. De raad van bestuur kan slechts geldig beraadslagen indien tenminste de helft van zijn leden aanwezig is. Indien dit quorum niet bereikt wordt, kan een nieuwe raad bijeengeroepen worden met dezelfde agenda. Die zal geldig beraadslagen en beslissen indien tenminste twee bestuurders aanwezig zijn.

 

Over punten die niet op de agenda werden vermeld, kan de raad van bestuur slechts geldig beraadslagen mits akkoord van twee derden van de aanwezige stemgerechtigde leden.

 

§ 4. De besluiten van de raad van bestuur worden bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen. Blanco en ongeldige stemmen worden niet bij de uitgebrachte stemmen geteld.

 

In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend; bij geheime stemming evenwel wordt de beslissing verworpen.

 

§ 5. Indien op een vergadering van de raad van bestuur het vereiste quorum om geldig te beraadslagen is bereikt en één of meer bestuurders zich onthouden, al of niet ingevolge een belangenconflict, worden de besluiten geldig genomen bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

 

§ 6. Elke bestuurder heeft één stem.

 

Een bestuurder kan zich enkel door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen op de vergadering van de raad van bestuur. Elke bestuurder kan slechts één volmacht krijgen ter vertegenwoordiging van een andere bestuurder op een vergadering. Deze volmacht wordt gevoegd aan de notulen van de vergadering.

 

Artikel 14.

Een bestuurder mag niet:

1. aanwezig zijn bij de bespreking of stemming over aangelegenheden waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot of zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dit verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek, hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld;

2. rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten behalve in geval van een schenking aan het autonoom gemeentebedrijf of de gemeente, of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop ten behoeve van het autonoom gemeentebedrijf of de gemeente, behoudens in de gevallen waarbij de bestuurder een beroep doet op een door het autonoom gemeentebedrijf of de gemeente aangeboden dienstverlening en ten gevolge daarvan een overeenkomst aangaat; 3. rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van het bedrijf. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken;

4. rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het bedrijf of ten behoeve van een personeelslid van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen het bedrijf. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken.

 

Artikel 15. - Notulen

§ 1. De beraadslagingen van de raad van bestuur worden vastgelegd in notulen die door onder de verantwoordelijkheid van de secretaris worden opgesteld en door de voorzitter en secretaris worden ondertekend. Deze notulen worden bewaard op de zetel van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal onder de verantwoordelijkheid van de secretaris. De volmachten worden aan de notulen gehecht. De notulen worden ook ter inzage neergelegd op het secretariaat van de gemeente.

 

§ 2. De afschriften of uittreksels, in rechte of anderszins voor te leggen, worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend, of door twee bestuurders. Deze bevoegdheid kan worden opgedragen aan een lasthebber.

 

Artikel 16. - Bevoegdheden van de raad van bestuur

§ 1. Algemeen

De raad van bestuur is gemachtigd alle nuttige of noodzakelijke handelingen te stellen om de doelstellingen van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal te verwezenlijken.

 

De raad van bestuur controleert het bestuur van het directiecomité van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal.

 

De raad van bestuur kan het verstrekken van bijzondere diensten bij wijze van concessie van openbare dienst toekennen, opdragen of overlaten aan andere publiek- of privaatrechtelijke ondernemingen.

 

Telkens indien de gemeenteraad van Roosdaal hem daartoe verzoekt, brengt de raad van bestuur verslag uit over alle of sommige activiteiten van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal en minstens eenmaal per jaar.

 

De raad van bestuur is bevoegd om binnen de perken van de statuten haar werking nader naar modaliteiten te regelen in een huishoudelijk reglement.

 

§ 2. Personeel

De raad van bestuur beslist over het organogram, het statuut van het personeel en de rechtspositieregeling van het personeel en alle andere personeelsaangelegenheden met betrekking tot het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal.

 

Het personeel kan in statutair of contractueel verband worden aangesteld.

 

Overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de beheersovereenkomst tussen de gemeente en het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal kan het autonoom gemeentebedrijf personeel van de gemeente overnemen.

 

De overeenstemmende rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van toepassing op het personeel van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal. De raad van bestuur stelt de afwijkingen op deze rechtspositieregeling vast, voor zover het specifieke karakter van het autonoom gemeentebedrijf dat verantwoordt. De raad van bestuur stelt de rechtspositieregeling vast van de betrekkingen die niet bestaan binnen de gemeente.

 

Behalve in geval van gemotiveerde afwijking kan geen enkel personeelslid van het autonoom gemeentebedrijf een jaarsalaris worden toegekend dat gelijk is aan of hoger is dan het jaarsalaris van de algemeen directeur van de gemeente Roosdaal. Artikel 185/1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur is van toepassing bij de overdracht van personeel."

 

§ 3. Overeenkomsten

De raad van bestuur kan eveneens met de gemeente Roosdaal of met derden, natuurlijke of rechtspersonen, dienstverleningsovereenkomsten afsluiten waarbij de uitvoering van bepaalde taken of opdrachten aan de gemeente Roosdaal of voormelde derden wordt toevertrouwd.

 

§ 4. Bevoegdheidsdelegatie

De raad van bestuur delegeert de volgende bevoegdheden aan het directiecomité:

1° het dagelijks personeelsbeheer, de bevoegdheid voor het aanstellen en het ontslaan van het personeel, alsook de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van het personeel;

2° het dagelijkse bestuur;

3° de vertegenwoordiging met betrekking tot dat bestuur;

4° de voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur.

 

De mogelijkheid bestaat om die toevertrouwde bevoegdheid verder toe te vertrouwen aan personeelsleden van het autonoom gemeentebedrijf.

 

§ 5. De raad van bestuur benoemt de leden van het directiecomité of de gedelegeerd bestuurder.

 

De volgende bevoegdheden kunnen echter niet gedelegeerd aan het directiecomité:

• het beslissen over de oprichting, deelneming of vertegenwoordiging in andere rechtspersonen;

• het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten;

• het vaststellen van het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur;

• het vaststellen van het statuut van het personeel;

• het opstellen van het meerjarenplan, de aanpassingen ervan en de jaarrekeningen;

• de tariefregeling.

 

§ 6. Statutenwijziging

Deze statuten worden gewijzigd bij beslissing van de gemeenteraad, op voorstel of na advies van de raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal.

 

De statutenwijzigingen worden op dezelfde wijze als de oprichtingsbeslissing en de statuten bekendgemaakt. Een volledig gecoördineerde tekst van de statuten wordt gepubliceerd via de webtoepassing van de gemeente Roosdaal.

 

§ 7. De raad van bestuur vertegenwoordigt het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal in rechte als eiser of als verweerder.

 

Artikel 17. - Aansprakelijkheid

§ 1. De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal.

 

De bestuurders zijn aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen bij de normale uitoefening van hun bestuur.

 

Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden zij van die aansprakelijkheid slechts ontheven indien hen geen schuld kan worden verweten en zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de gemeenteraad binnen een maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.

 

§ 2. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal sluit een bestuurdersaansprakelijkheids- verzekering af.

 

HET DIRECTIECOMITE

 

Artikel 18. - Het statuut van de leden van het directiecomité

§ 1. Het directiecomité bestaat uit vijf leden aangesteld door de raad van bestuur voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Alle mandaten vallen samen met de duur van een gemeentelijke legislatuur. In elk geval neemt het mandaat van de leden van het directiecomité een einde op de eerste vergadering van de raad van bestuur die volgt op de installatie van de gemeenteraad.

 

§ 2. Het directiecomité kiest onder zijn leden een voorzitter. Hij zit het directiecomité voor. In geval van staking van stemmen is zijn stem doorslaggevend.

 

Indien de voorzitter verhinderd is, wordt het directiecomité voorgezeten door een bestuurder die door de voorzitter daartoe wordt aangeduid. Indien geen vervangende voorzitter werd aangeduid door de voorzitter zal, de oudste in leeftijd aanwezige bestuurder de vergadering voorzitten.

 

§ 3. Het directiecomité kiest onder zijn leden een secretaris. Indien de secretaris verhinderd is, wordt een vervanger aangesteld.

 

§ 4. De raad van bestuur benoemt en ontslaat de leden van het directiecomité. De leden van het directiecomité kunnen slechts worden ontslagen bij besluit van twee derde van de leden van de raad van bestuur.

 

§ 5. Het mandaat van lid van het directiecomité neemt in elk geval een einde op de eerste vergadering van de raad van bestuur die volgt op de installatie van de gemeenteraad.

 

Artikel 19.

Het mandaat van de leden van het directiecomité is onbezoldigd. Nochtans kan hen een presentiegeld of een andere vergoeding worden toegekend. Eventuele presentiegelden worden vastgelegd in de beheersovereenkomst.

 

Artikel 20.

De besluiten van het directiecomité worden genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Blanco en ongeldige stemmen worden niet bij de uitgebrachte stemmen geteld. In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

 

Artikel 21. - Dagelijks bestuur

Het directiecomité is belast met:

1) het dagelijkse bestuur;

2) het dagelijks personeelsbeheer, de bevoegdheid voor het aanstellen en het ontslaan van het personeel, de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van het personeel;

3) de vertegenwoordiging met betrekking tot het AGB Roosdaal;

4) de voorbereiding en de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur.

 

De vergaderingen van het directiecomité zijn niet openbaar

 

Artikel 22. - Aansprakelijkheid

De aansprakelijkheidsregeling van de leden van de raad van bestuur is, nadat de veranderingen die nodig zijn zijn aangebracht, tevens van toepassing op de leden van het directiecomité.

 

HOOFDSTUK III: CONTROLE

 

Artikel 23. - Bestuurlijk toezicht

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal valt onder het bestuurlijk toezicht zoals bepaald in de artikelen 326 tot en met 335 van het decreet betreffende het lokale bestuur.

 

HOOFDSTUK IV: FINANCIEN

 

Artikel 24. - Kapitaal

Het geplaatst maatschappelijk kapitaal van het bedrijf bedraagt tachtig duizend euro. Het geplaatst maatschappelijk kapitaal stemt overeen met de netto-inbrengwaarde van de in te brengen vermogensbestanddelen, met name een inbreng in geld voor een bedrag van tachtig duizend euro.

 

Behoudens in het kader van een ontbinding van het bedrijf kan het kapitaal noch geheel noch gedeeltelijk, op welke wijze dan ook, worden vervreemd, uitgekeerd of overgedragen. Een vermindering van het kapitaal is enkel mogelijk om exploitatieverliezen, minderwaarden of (duurzame) waardeverminderingen te compenseren.

 

Artikel 25. - Inkomsten en uitgaven

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal ontvangt de inkomsten van alle activiteiten die het uitvoert en draagt de lasten van deze activiteiten.

 

Artikel 26. - Tarieven

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal stelt de tarieven en de tariefstructuren voor de prestaties die het levert, vast binnen de grenzen van de grondregels voor de tarifering, bepaald in de beheersovereenkomst. De maximumtarieven of de formules voor de berekening ervan die niet in de beheersovereenkomst zijn geregeld, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

Artikel 27. - Financieel beheer

Zolang het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal geen eigen regels heeft vastgesteld voor het aangaan van verbintenissen, de kredietbewaking, de wetmatigheidscontrole of de ondertekening van de girale betalingsorders, zijn de artikelen 265, 266, 267, 268, 269 en 272 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur van overeenkomstige toepassing, met de daarin voorziene leessleutel.

 

Artikel 28. - Financiering

De raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal beslist vrij over de omvang, de technieken en de voorwaarden van zijn externe financiering. Het bedrijf kan onder meer toelagen, giften en legaten ontvangen en leningen aangaan. Een aangepaste financieringsvorm kan toegepast worden.

 

HOOFDSTUK V: VERTEGENWOORDIGING

 

Artikel 29. - Vertegenwoordigingsbevoegdheid van de raad van bestuur

Onverminderd de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid van de raad van bestuur, wordt het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal ten aanzien van derden, zowel in als buiten rechte, voor handelingen van dagelijks bestuur geldig vertegenwoordigd door de voorzitter van het directiecomité. Voor alle andere handelingen wordt het geldig vertegenwoordigd door twee bestuurders die samen handelen.

 

In uitzonderlijke gevallen wanneer de dringende noodzakelijkheid en het belang van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal zulks vereisen, kan de afgevaardigd- bestuurder of een door hem daartoe gemachtigd bestuurder, rechtsgeldig en zonder enige formaliteit beslissen over het instellen van een rechtsvordering en over het treffen van alle maatregelen tot bewaring van recht in en buiten rechte. Van de hiervoor genoemde rechtsvorderingen en bewarende maatregelen wordt mededeling gedaan op de eerstvolgende raad van bestuur.

Binnen het kader van het dagelijkse bestuur, is het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal tevens geldig vertegenwoordigd door een gevolmachtigde tot dit bestuur.

 

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal is bovendien, binnen het kader van hun mandaat, geldig verbonden door bijzondere gevolmachtigden.

 

Artikel 30. - Vertegenwoordigingsbevoegdheid van het directiecomité

Binnen de grenzen van het dagelijkse bestuur wordt het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal geldig vertegenwoordigd door de voorzitter van het directiecomité.

 

Artikel 31. - Vertegenwoordiging door bijzondere lasthebbers

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal wordt binnen de grenzen van hun mandaat, geldig vertegenwoordigd door bijzondere lasthebbers.

 

HOOFDSTUK VI: BOEKHOUDING – MEERJARENPLAN – JAARREKENING

 

Artikel 32. - De beleidsrapporten

§ 1. De beleidsrapporten van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal zijn het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening. De beleidsrapporten vormen een geïntegreerd geheel.

 

§ 2. Betreffende de beleidsrapporten zijn de bepalingen van artikel 241 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 van toepassing.

 

§ 3. De raad van bestuur stelt het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor.

 

§ 4. De raad van bestuur stemt telkens over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan. Elk lid van de raad van bestuur kan echter de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor dat boekjaar.

 

§ 5. De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de raad van bestuur.

 

§ 6. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal doet uiterlijk op 31 december van ieder jaar de nodige opnemingen, verificaties, opzoekingen en waarderingen om de inventaris op te maken van al de bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook.

 

§ 7. De raad van bestuur spreekt zich uit over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft. De raad van bestuur stemt telkens over de hele jaarrekening. Elk lid van de raad van bestuur kan echter de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. Een afschrift van de vastgestelde jaarrekening wordt binnen twintig dagen bezorgd aan de gemeenteraad.

 

§ 8. De gemeenteraad brengt advies uit bij de jaarrekening van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal. Als de gemeenteraad geen advies heeft verstuurd aan de toezichthoudende overheid binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de jaarrekening door het gemeentebestuur, wordt de gemeenteraad geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.

 

§ 9. Als de toezichthoudende overheid geen besluit heeft verzonden over de goedkeuring van de jaarrekening binnen een termijn van honderdvijftig dagen, wordt ze geacht de jaarrekening goed te keuren. De termijn start conform de bepalingen van artikel 243, §3 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

§ 10. Eventuele winsten worden jaarlijks in de gemeentekas gestort. Eventuele verliezen worden jaarlijks overgedragen.

 

HOOFDSTUK VII: RECHTSOPVOLGING

 

Artikel 33. - Administratiefrechtelijk

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal neemt van rechtswege alle rechten en verplichtingen over van de gemeente Roosdaal die voortvloeien uit de wetten, de decreten, de besluiten en de tussen de gemeente Roosdaal en de Belgische federale overheid of het Vlaamse gewest geldende overeenkomsten, die de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheden van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal regelen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.

 

Artikel 34. - Rechtsverhoudingen met publiek- en privaatrechtelijke personen

Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal neemt eveneens van rechtswege de andere rechten en verplichtingen van de gemeente Roosdaal over die voortvloeien uit bestaande rechtsverhoudingen die verband houden met de bestuurlijke bevoegdheden van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.

 

HOOFDSTUK VIII: DIVERSE BEPALINGEN

 

Artikel 36. - Bekendmaking en rapportering

§ 1. De oprichtingsbeslissing en de statuten worden samen met het verslag over de voor- en nadelen van de externe verzelfstandiging gepubliceerd via een webtoepassing van de gemeente.

 

§ 2. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal bezorgt onmiddellijk na elke vergadering een lijst met de besluiten van zijn raad van bestuur, met een beknopte omschrijving van de daarin geregelde aangelegenheden, aan de gemeente, zodat ze kunnen worden bekendgemaakt op een webtoepassing van de gemeente.

 

§ 3. Het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal bezorgt onmiddellijk na de behandeling ervan door de raad van bestuur zijn beleidsrapporten aan de gemeente, zodat ze kunnen worden bekendgemaakt op een webtoepassing van de gemeente."

 

Artikel 37. - Een lijst met de besluiten van de raad van bestuur wordt via een webtoepassing van de gemeente gepubliceerd. Die webtoepassing vermeldt ook de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de notulen van de raad van bestuur en van het directiecomité.

 

HOOFDSTUK IX: ONTBINDING EN VEREFFENING

 

Artikel 38.

§ 1. In geval van ontbinding en vereffening van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal, wordt een algemene inventaris opgemaakt en tevens een eindrekening omvattende de balans en de resultatenrekening.

 

In de beslissing tot ontbinding wijst de gemeenteraad de vereffenaars aan. Alle andere organen vervallen op het ogenblik van de ontbinding.

 

§ 2. Het personeel in statutair dienstverband van het ontbonden Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal wordt overgenomen door de gemeente Roosdaal. De gemeente waarborgt de rechten die het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal op het ogenblik van ontbinding voor het overgenomen personeel had vastgesteld.

 

§ 3. De rechten en verplichtingen van het ontbonden Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal worden overgenomen door de gemeente Roosdaal.

 

§ 4. In afwijking van lid 3 en lid 4 kan de gemeenteraad in het ontbindingsbesluit de personeelsleden, die daarmee moeten instemmen, de rechten en verplichtingen aanwijzen die overgenomen worden door de overnemer of de overnemers van de activiteiten van het Autonoom Gemeentebedrijf Roosdaal.

 

--------------------

 

Artikel 2. - De gecoördineerde versie van de statuten van AGB Roosdaal wordt gepubliceerd via de webtoepassing van de gemeente.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

AGB Roosdaal meerjarenplan 2026-2031 - goedkeuring

 

Voorgeschiedenis / Feiten en context

        het besluit van 25 september 2025 houdende goedkeuring van de beheersovereenkomst met als partijen het lokaal bestuur en AGB Roosdaal

        het besluit van 16 december 2025 van de raad van bestuur houdende vaststelling van het meerjarenplan voor de beleidsperiode 2026-2031

 

Juridische gronden

        het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen

        het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen

        de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 van de Vlaamse Regering betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheercyclus

 

Argumentatie / motivering

        het vastgestelde meerjarenplanning 2026-2031 bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en bijhorende documentatie

        het ontwerp van het meerjarenplan is financieel in evenwicht aangezien:

        het beschikbaar budgettair resultaat per financieel boekjaar groter is dan of  gelijk aan nul

        de autofinancieringsmarge van het laatste financiële boekjaar waarop de financiële nota van het meerjarenplan betrekking heeft, 2031, groter dan of gelijk is aan nul

 

Advies

        de vaststelling van het meerjarenplan door de raad van bestuur in vergadering van 16 december 2025

 

BESLUIT:

12 stemmen ja: Wim Goossens (cd&v-Roosdaal), Johan Van Lierde (cd&v-Roosdaal), Tom De Koster (cd&v-Roosdaal), Emmanuel de Béthune (cd&v-Roosdaal), Koen Muyldermans (cd&v-Roosdaal), Sofie Bronselaer (cd&v-Roosdaal), Christiane Bert (cd&v-Roosdaal), An Van den Spiegel (cd&v-Roosdaal), Jo Timmermans (cd&v-Roosdaal), Filip Wauters (cd&v-Roosdaal), Tine Timmermans (cd&v-Roosdaal) en Lieve Hemerijckx (cd&v-Roosdaal).
8 onthoudingen: Linda Van den Eede (N-VA), Linda Van Huylenbroeck (N-VA), Kristof Cooreman (N-VA), Jean Timmermans (ANDERS), Marc Devits (GROEN+), Diederik Aelbrecht (VLAAMS BELANG), Ingrid Deneve (VLAAMS BELANG) en Dirk Evenepoel (ANDERS).
 

Artikel 1. - De gemeenteraad neemt kennis van de vaststelling van meerjarenplan 2026-2031 van AGB Roosdaal.

 

Artikel 2. - Het meerjarenplan voor de beleidsperiode 2026-2031 van AGB Roosdaal maakt integraal deel uit van dit besluit met de volgende resultaten:

 

Jaar

Beschikbaar budgettair resultaat

Autofinancieringsmarge

2026

199.916

-42.715

2027

193.080

-6.836

2028

204.633

11.553

2029

211.618

6.985

2030

214.198

2.580

2031

214.354

156

 

Artikel 3. - De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van AGB Roosdaal goed.

 

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

Kaderovereenkomst betreffende de koop-verkoop van erfpacht inzake recreatieve zaal en berging

 

Publicatiedatum: 09/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.